Reisbureau Vietnam Journey
 Individuele Vietnamreizen
» Emerging Vietnam 7 dagen
» Vietnam Panorama 9 dagen
» Vietnam Heritage 11 dagen
» Vietnam Variety 13 dagen
» Vietnam Experience15 dagen
» Hotels
» Veelgestelde vragen
» Reacties van reizigers
» Offerte aanvragen

 Individuele Fietstochten
» Delta Discovery 3 dagen
» Delta Discovery 4 dagen
» Delta Discovery 6 dagen
» Delta Discovery 8 dagen
» Delta Discovery Eco 4 dagen
» Delta Discovery Eco 7 dagen
» Veelgestelde vragen
» Reacties van reizigers

 Groepsreis op maat
» Reacties van reizigers
» Offerte aanvragen

Reisinformatie Vietnam
» Sfeer proeven
» Reisinformatie
» Reisverhalen
» Reisboeken
» Reisvideo's
» Veelgestelde vragen
» Visum
» Ambassade
» Geld
» Duiken
» Links

Reisbestemmingen Vietnam
» Cultuur
» Natuur
» Steden
» Strand
» Bergvolken
» Meer bestemmingen
» Cambodja
» Laos

Gratis
» Gratis fietsroutes
» Gratis presentatie
» Gratis nieuwsbrief

Over Vietnam Journey
» Introductie
» De 10 voordelen
» Projecten met een goed doel
» Reactie
» Home


Vietnam Journey in de pers

Reisverhaal Vietnam

De bergen bedwongen

Door Lia Vis

"Allemachtig", dat zijn de eerste woorden als ik in het busje zit. Hopeloos krioelt het verkeer door elkaar en wat een getoeter. Horen en zien vergaat je. Wij kijken naar de hoge Vietnamese huizen, met alleen maar een mooie voorkant; de zijkanten zijn van beton. Wij kijken naar de rijstvelden. Maar het verkeer maakt de grootste indruk. De fietsers rijden hier naast de vierbaansweg, de brommers rijden op de vierbaansweg en alles toetert naar elkaar.
Vandaag rijden we zo'n dertig kilometer in Hanoi. Piet wil travellercheques wisselen, maar het is zaterdag en alle banken zijn gesloten. Ook krijgt hij op zijn creditcard geen Dongs uit de muur... Zou het op zijn?
We gaan naar het Operahuis en zetten de kilometerteller op 0. Op naar Hoa Binh! Het wordt nu heuvelachtiger en de vergezichten zijn prachtig! Rijstvelden en rijstvelden en zo groen! En zo warm!
Rijstvelden VietnamWe zien prachtige landschappen en klimmen en dalen alvast een beetje. Ik doe het rustig aan. Ik heb vanmorgen niet voldoende koffie gehad, dus ik kan van dat lijf niet alles verwachten, veel getraind heb ik niet in dit drukke voorjaar. Zitten later lekker langs de kant van de weg in het stof. Even geen kinderen om ons heen.
In de douche zat een grote kakkerlak. O getver, getver! Dus ik mijn toillettas met spulletjes op de vloer gegooid, gaat 'ie bij mijn arm omhoog. Ik gillen natuurlijk. Komt Piet onder zijn klamboe vandaan en heeft hem gevangen. Mijn held!

Bah, wat heb ik slecht geslapen, denk dat de adrenaline van de ontmoeting met die kakkerlak mij de hele nacht parten heeft gespeeld. Ik had tenminste een heel onveilig gevoel.
De sawa's zijn weer alom aanwezig op onze route, we gaan hoe langer hoe meer het binnenland in. Dat kunnen we ook zien aan het tegemoet komende verkeer, dat gaat ook bestaat uit kuddes waterbuffels. Ja, we zijn echt in de tropen.
Op een gegeven ogenblik hoorde ik een stel in het Vietnamees met elkaar praten. Dat ging zo: "Allemachtig, die zijn gek om met die brandende zon hier te fietsen" zei de ander: "En het schijnt dat ze dat ook nog voor hun lol doen!" Na een paar dagen ken je al behoorlijk wat Vietnamees (wat niet zo is), maar het klonk in ieder geval wel zo.
Ook belandden we in een file. Drie vrachtauto's van boven, vier van beneden en een kudde koeien daartussen. En de weg is al zo smal.

Rijstvelden Vietnam"Oh", was het eerste wat we vanochtend riepen, toen we op ons balkon stonden. Wat een geweldig uitzicht. Daar hadden we gisterenavond toch weinig van gezien. We nemen het er ook lekker van: stoeltjes uit op het balkon, lekker lezen en genieten. Door de werkende mensen op het veld verandert ons blikveld steeds. We doen ons wasje, organiseren een waslijntje, alles gaat in de laagste versnelling... 's Middags hebben we de dorpjes van de White Thai bezocht.

De natuur laat zich weer van zijn goede kant zien vandaag. De bevolking groet ons van alle kanten, we leren wuiven en voelen ons de koninklijke familie. Plotseling schieten er overal kinderen vandaan. De balpennen komen goed uit, maar wanneer ze er een gehad hebben, verdwijnt vlug die hand achter de rug ... en de ander hand blijft. Het blijkt dus dat kinderen overal dezelfde truc uithalen!
We klimmen veel, maar de zon schijnt gelukkig niet. Het landschap is prachtig. Het verkeer is gelukkig ook niet zo hectisch meer. Dit is genieten, ook al zijn er plekken bij, waar de teller niet meer dan vier of vijf km per uur aangeeft.
Toch wordt het ook weer eens koffietijd. Piet was bij een aardig tentje gestopt. Daar zat hij al aan de Cola, maar koffie hadden ze niet. Wel een thermoskan met heet water. Dat kwam goed van pas, dat ik mijn eigen koffie meegenomen had. In no-time zag het zwart van de mensen en kinderen.
Ineens komt er een man met een brommertje, bekijkt mijn fiets en gaat een stukje rijden! Een klein beetje benauwd was ik wel: MIJN KOGA! Als 'ie er echter een klein stukje op heeft gefietst, tot vermaak van het hele dorp, zet 'ie hem weer gauw neer.
Dit is het gebied van de Black Thai. Zij hebben prachtige kledij aan; zwart dus en ook hun tanden zijn zwart. Het moet toch helpen, want ook de ouderen hebben meestal hun eigen tanden nog.
Rijstvelden VietnamEn weer verder klimmen. We worden nog heel lang gevolgd door kinderen, want als je vijf km per uur rijdt... Dan komt er toch een eind aan het echte klimwerk. Ik had gedacht dat we om één uur op de top zouden zijn. Vijf voor een was het. Timing!
Donker is het en regenachtig. Wel lekker eigenlijk maar als we dalen komen we in een dikke mist. De rand langs de weg is vaak zo smal. Eigenlijk rijd ik het liefst midden op de weg, want de kanten zijn steil. Je kijkt gewoon in de wolken. Ook niet zo prettig.
We fietsen nu het gebied van de theeplantages binnen en nog steeds is het overal: "Hello, hello" en op elk steil stukje grond zijn mensen aan het werk; het is werkelijk ongelooflijk.

Regen!
Ik dacht het al te horen vannacht, maar dat was niet zo. Vanochtend valt de regen echter gestaag. De zoon van het guest-house antwoordde, toen ik hem vroeg hoe lang het nog zou regenen: "ten o'clock". Ik wilde daar wel op wachten, want we zaten daar heel genoeglijk te praten met zoonlief en zijn oma, die bewonderend in mijn benen kneep. Het is toch wonderlijk dat de gezinnen waar wij mee praten maar twee of drie kinderen hebben, terwijl het lijkt of het land uitpuilt met kindertjes. Deze oma kon ook nog een beetje Frans, maar daar kwamen we niet ver mee. De kleinzoon kon behoorlijk engels.
Wegen spekglad, dus langzaam rijden. Af en toe ook naar beneden gekeken, want o wat een mooie vergezichten. We hebben bewust ook af en toe gestopt, hoor, want rijden en kijken was een beetje moeilijk.
We fietsen verder door dit mooie gebied en het gaat omhoog en omlaag, de weg wordt belabberd, veel grove stenen die ze voor de weg hebben gebruikt.
We zijn lekker op tijd in het hotel en gaan de boel maar weer eens wassen. Eerst de douche een beetje schoongemaakt, mezelf gedoucht en later heb ik daar ook mijn fiets in afgespoeld, die wordt hier knap smerig, van die rode klei.
Piet gaat na het douchen gelijk het dorp bekijken en ik blijf lekker op mijn gemak bij ons guesthouse zitten. Veel bewoners van de bergdorpen lopen langs deze route, prachtige klederdrachten trekken aan mijn ogen voorbij.
We hadden gevraagd om een goed en goedkoop restaurant. Nou, dat was het dus (f 3.50). Bijna had Piet grote larven te eten besteld, maar toen ik hem zei dat hij zijn bril op moest zetten en dan pas uitzoeken koos 'ie toch wat anders! We waren net klaar met eten, toen overal het licht uit ging. Aardedonker. Gelukkig, mijn zaklantaarn kon ik blindelings vinden en zo konden we gemakkelijk in onze kamer komen.
Daarna mezelf met stoel en al op het bed en in mijn muskietennet gewurmd, er zijn geen ramen in dit pand, alleen maar siertralies en al het ongedierte komt zo de kamer binnen. Zo heb ik nog lekker een tijd gelezen, het was net of ik in mijn tentje zat.

Het was de eerste nacht zonder oordoppen. Plotseling hoorde ik om kwart voor vijf een propaganda-geschetter vanuit de luidsprekers in de straten. Ontzettend, wat een lawaai. Tot zes uur heb ik het volgehouden. Om zeven uur zaten we op de fiets, op zoek naar ontbijt. Dat kostte even wat kraampjes, maar toch zaten we om kwart voor acht op een prachtig plekje onder de bomen.
Komt ineens onze hospita van de afgelopen nacht op haar scootertje aan en houdt een bos sleutels omhoog. Had ik de sleutel nog! Foutje... Sorry, sorry.
Dan, als de zon doorbreekt gaan wij fietsen en krijgen een steile klim van acht kilometer (10%). Ik dacht nog: "Ik hoop dat de weg veel aan de westkant van de berg ligt, lekker in de schaduw". Maar om negen uur staat de zon al heel hoog in de tropen en is er bijna geen schaduw.
Na zes kilometer had ik het dan ook helemaal gehad. Piet was echter in geen velden of wegen te bekennen. Ik moest mijzelf toch weer opladen; fiets langs de kant, twee banaantjes en een kop soep genomen. Ja, het water was niet heet, maar ik moest toch zout hebben.
De weg voor me lijkt iets minder steil en vlak voor het hoogste punt had ook Piet het gehad, dus die zat daar langs de kant. Gelukkig heeft hij drop meegenomen, dat is echt een probaat middel om je zoutgehalte op peil te brengen, voor een volgende tocht zal ik dat onthouden.
Brandende zon, dus ik heb echt de hele tijd mijn Vietnam-hoed op, Het is alleen lastig, als ik ga dalen, want dan vliegt 'ie nog wel eens voor mijn gezicht. Als ik de band om mijn kin trek in plaats van er onderdoor, dan kan ik hem beter op zijn plaats houden.
Gezellig gezeten bij een paar mensen, maar toch vind ik een vakantie waarbij je niet met anderen kunt praten over hun wijze van leven, heel jammer. Er was bij dit gezelschap ook een heel aardige man. Maar welke vraag hij op een stuk papier had geschreven, zal ik wel nooit te weten komen.
Ineens hoor ik een machine uit een hut komen en zie ik: katoen! Ja, dat hadden ze ook al gezegd bij de White Tai: de katoen kwam uit het westen. Even gekeken, foto genomen, de mevrouw achter de machine haalde nog gauw even het sjaaltje voor haar mond weg. Ze wil mooi op de foto, mijn laatste balpennen heb ik hier uitgedeeld, nu al.
De weg is de hele tijd slecht en vol gaten. De mensen zijn donker, hun huizen zijn donker en de grond is van rode aarde. Gelukkig is de klederdracht heel kleurig en wordt dat ook heel veel gedragen.
Mensen zijn heel verbaasd als ze ons zien. We fietsen rustig achter drie jongens, die met hun witte overhemdjes zo van school komen. Opeens draait eentje zich om en prompt de andere twee natuurlijk ook. Zitten ze met hun fietsen in elkaar. Dat was lachen voor mij natuurlijk. Ze konden er zelf "hello-hello-hello" ook om lachen.
Bijna een botsing met een koe gehad. Het beest wilde zo oversteken. Van de andere kant kwam een scootertje, het ging echt rakelings.
"Cornetto's" op een bord! Ja, verpakt ijs mogen we hebben. Natuurlijk, ik kan mijn fiets gauw neerzetten. Ik kreeg een stoel in de schaduw aangeboden. Die dames daar knijpen in mijn benen enne... Begin ik nu te verbranden?
Een vitrine langs de kant van de weg met broodjes en groen ertussen. Een broodje gezond? Daar hadden we nou net heel veel trek in. Was het een soort groene marsepein, dat was schrikken! Ach ja, vergissen is menselijk.
We vinden het hotel gauw en spreken af dat we twee nachten blijven. Hadden we nu maar gevraagd waar we lekker konden eten. Zagen we een restaurantje dat er wel goed uit zag, bleek dat we alles zelf in de keuken moesten aanwijzen. Eén blik van mij in die keuken was genoeg om mijn hele eetlust te bederven. Waar ik de hele tijd zo bang voor ben geweest: halve varkenskoppen, harten en hersens. Weer die maden, maar nu alles rauw. Gauw weg uit die keuken.
Ik had al gegeten en gedronken, werkelijk ik zat helemaal vol. Piet zei nog tegen me dat ik toch goed moest eten met al die inspanningen overdag, ik hoefde echt niet meer! Bovendien heb ik wel het een en ander aan reserve. Uiteindelijk kwam er één schoteltje, voor Piet, hij dacht: paling, maar het bleek slang te zijn.
We hadden appels, druiven en melk op de kamer. Ik kwam echt niet om!

Al rap klimmen en dalen we weer de 10% onder de pedalen door. En nu een gravelroad? Welnee, het plaveisel hebben ze vervangen door heel grof grint. Daar hobbelen we overheen. Ook is er een stuk, waar de rode löfss van de bergen naar beneden is gekomen. Soms is er een drempel in de weg: het volgende stuk ligt dan tien of vijftien cm lager. Dan zijn er stukken weg weggespoeld. Het had 's nachts ook gehoosd, ik heb twee onweersbuien langs horen gaan.
De mensen in dit gebied kijken nog vreemder tegen ons aan dan we al gewend waren, komen meteen naar ons toe als we even stil staan, worden bekeken en vooral onze fietsen worden op en top bewonderd!
We gaan lunchen bij een watervalletje. En of de duvel ermee speelt: geen bananen gezien vandaag en daar fietsen we toch altijd op. Hier al heeft Piet te weinig energie om zijn stoeltje te pakken. Blijft wat op de betonrand langs de weg zitten. We kunnen langs de weg goed merken dat hier weinig mensen (en vooral blanken) komen. We worden met grote ogen bekeken en nu slaan de kleine kinderen op de vlucht.
Een stel mannen was met grote vruchten aan het sjouwen. Ze lieten hals over kop hun handel staan en doken de bosjes in. Een oma? Zat langs de kant met twee kindertjes. Ik begroette hen met een grijns op mijn gezicht en "hello". De kindertjes beantwoordden mijn groet, maar oma kwaad: "Xin chao!" Met andere woorden: "Leer zelf onze taal". De volgende keren heb ik dat dus ook maar gezegd.
Varkens met hun kroost, lekker aan het grazen langs de kant van de weg, schrikken zich een ongeluk en rennen weg. Kippetjes rennen als 'een kip zonder kop' voor ons uit om een veilig heenkomen te zoeken.
Het gebied wordt hoe langer hoe meer verlaten
De bergen zijn niet lieflijk meer, maar onherbergzaam.
Om drie uur beginnen we met de laatste zeer zware klim van tien kilometer. Toen we er aan begonnen, zei ik tegen Piet, "Ik hoop dat we om vijf uur boven zijn, maar ik denk dat het wel half zes wordt". "Niet zo pessimistisch, hoor", zei Piet.
Kilometerteller: 4-5-4-3!-4-4-3!-4-5-4-4-4-3! pff, pff. Al een paar keer naast mijn fiets gestaan of gelopen. Na vier kilometer staat (hangt) Piet op mij te wachten. Nee, Piet is de man met de hamer tegengekomen. Nee maar. Toch wel gelukkig dat er bij hem ook een eind aan komt.
Bij hem staan een man met een baby op zijn arm en een knulletje van een jaar of veertien. Wat gedronken daar, nog maar weer een zonnaturakoekje en toen heb ik eens op de Minsk brommer gewezen en gevraagd of die van die man was.
Rijstvelden VietnamNee, nee, van dat knulletje. O.K. Ik met handen een denkbeeldig touw aan mijn fiets, dan de motor en dan zo naar de top? Dat had 'ie gauw door. De fiets zat er rap achter en ik had al gauw het gevoel dat dit prima ging. De rit naar de top duurde toch nog best lang. Weer ging hij een bocht door en weer. Maar uiteindelijk liet hij toch merken dat we er waren. Ik liet hem twee briefjes van 50.000 Dong zien. Ik heb hem er een gegeven en gezegd dat hij nou de mister moest halen en dan het andere briefje zou krijgen. Dat was gelukkig niet tegen dovemansoren gezegd.
Maar of hij nu niet goed wist waar de top was? Na even een klein dalletje, moesten we weer klimmen. We waren echter wel door onze geestelijke dal heen en het uitzicht op deze hoogte was geweldig! Daarna toch dalen, de eerste kilometer ging best. Goed wegdek en zo'n gangetje, dat je nog een beetje om je heen kon kijken. Maar dat was gauw over!
Het wegdek was hier en daar weg, en daar waren grote keien voor in de plaats gelegd. Ik heb zo'n medelijden met mijn Koga. Waar haal ik hem weer allemaal door heen en hij blijft maar werken.
Ook deze afdaling is weer geen peulenschil We hadden zo gehoopt dat we in een gang naar beneden konden rijden, maar och, dat werd nog werken. Over 13 kilometer deden we één uur!
In Lai Chau werden we keurig voorgereden naar een tropisch paradijs. Onze fietsen werden 's avonds schoongespoeld. Heerlijk gegeten. Eindelijk ook een klein, onschuldig flesje rijstwijn genomen en 's avonds nog genoeglijk gezeten met een stel Amerikanen. Zij maakten een rondreis met een jeep. Maar een ervan was jaloers op onze fietstocht en had dat zelf ook heel graag willen doen. Even zei hij dat ik de verkeerde fiets had; ik had een mountainbike moeten hebben. Hij zei wat van mijn KOGA! Dus heb ik hem even FIJNTJES verteld wat mijn Koga voor mij betekent: "What did you say? Did you say something about MY Koga? My bike, who brings me all over the wordl without any problem at all? And you want to say something?"

Och heden, het begint toch te wennen: al die beesten. 's Avonds zat er weer een aantal kakkerlakken in de badkamer. 's Nachts had ik mijn klamboe niet goed onder mijn matras gedaan en midden in de nacht voel ik wat kriebelen over mijn blote been; een tjik-tjak, een salamandersoort. 's Morgens toen ik in de douche kwam: een grote kikker, die niet wist, waar die moest kruipen.
Om half vijf werden we gewekt, want de bus naar Phong Tho ging al om half zes. Vlug aangekleed, wassen kon niet, omdat er geen water was, ingepakt en mijn band nog opgepompt. De knul die ons gewekt had, had geconstateerd dat 'ie leeg was. Misschien was er iets gebeurd met het schoonspuiten?
De Xe Buyt was keurig op tijd: kwart over vijf en onze fietsen werden opgeladen. Uit de raampjes staarden alle Vietnamezen naar ons. Alle tassen de bus in en hop, ook wij pasten er net nog in. Geen boe of bah op onze "good morning" en "chao". Dat wordt gezellig de eerste vier uren, dacht ik. Op elkaar gepakt en dan een angstaanjagende rit. Ik was al blij dat ik niet aan de rivierkant zat. De wegen waren weer van een soort rotsformatie en hier en daar waren er ook weer 'lagen berg' over de weg heengespoeld. Ik had echter gedacht dat de chauffeur veel meer risico's nam, dat viel geweldig mee. Ik heb wel af en toen met mijn ogen dicht gezeten. Was ook al om half vijf opgestaan, het kan dus ook slaap geweest zijn.
Wij dachten dat die bus vol zat: welnee, er konden er nog best meer bij: wel vier. Dit is niet alleen een passagiersbus, ook gelijk Van Gendt & Loos. Ineens stopte 'ie ergens, waar zegge en schrijven één huis stond. Daar werd toch een zooi uitgeladen. Dat gaf wel een ruimte achter onze ruggen en tussen ons in. Daarna gingen onze 'buitenpassagiers' eruit. Er kwam niemand tussen ons inzitten, hoor. Wij hadden alle ruimte op de bij elkaar geplakte achterbank. Totdat een vader met zijn dochter van een jaar of negen de moed kreeg. Dochterlief gaf een angstgilletje, toen ze zag dat ze bij de bai-trai's moest gaan zitten. Ze ging zitten, maar kroop zowat in haar vader. Haar vader heeft toen tegen haar gezegd dat ze ons maar wat snoepjes moest geven uit haar tasje. Dat deed ze zowaar. Ik pakte er een uit; het was lekker, maar ik moest er meer nemen. Ik heb keurig bedankt. Haar vader had niet eens schoenen aan. Later maakte ik haar complimenten over de mooie nagellak, die ze op had. Hoe kon ik het bedenken! Haar vingers waren net zo rood als haar nagels. Het gewroet in de rode aarde zal daar wel debet aan zijn.
Uiteindelijk komen we toch op de hoogste bergpas van Vietnam. Er gaat een knop om. We zien een waterval, die al een beetje tot een toeristische trekpleister is gemaakt. De huizen op deze kant zijn geen hutten meer. Ze hebben allemaal elektriciteit en echte ramen. We waren er al zo aan gewend dat er siertralies in de sponningen zaten, maar hier is het anders. Dan zij we in Sapa. Tijdens het opladen van de fiets werden we al aangesproken in het engels: "Wilden we een kamer?", "daar en daar moesten we naar toe", of "dat was nog beter". We werden ineens niet meer bekeken als bai-trai's, maar als gewone toeristen, waar je zoveel mogelijk aan moet verkopen. Een mokerslag, zo voelde het. Met een beetje weemoed kijken we op de afgelopen dagen terug: vanaf Hanoi zijn we langzamerhand aan de armoede gewend geraakt, inclusief de kakkerlakken, tjik-tjak's en brulkikkers en hier staan we in Vietnam 2001. Gelukkig wel internet en ook weer ansichtkaarten. Alles heeft z'n voor en tegen, maar dit ging wel erg hard.

Suizend en slingerend (doordat mijn achterband niet hard was opgepompt) zijn we naar Lao Cai gegaan, bijna zonder moeite. Het ging zo vlug vandaag. Tweehonderd meter lager betekent ook: warm!
Het is wel wennen hier voor mij in een restaurant: aan mij wordt niet gevraagd wat of ik wil eten, alleen aan Piet. De serveersters gaan naast hem zitten en nemen zo de bestelling op. Ik kan dan mijn bestelling er tussen door geven, maar er wordt me niets gevraagd. Dan het drinken: graag een glaasje wijn, maar dat hebben ze bijna nergens, dan vraag ik vaak met mijn fraseboekje om rijstewijn, dan wordt er heel verbaasd gekeken, gegiecheld en nee geschud. Dat hebben ze dus niet. Vaak komen ze daarna uit de keuken met een klein bekertje en een klein waterflesje en schenken wat voor me in: ja, rijstewijn! Ik knik dan goedkeurend en zij laten dat bij me staan en vertrekken weer giechelend. Na de maaltijd hoef ik dat flesje nooit te betalen, mag het ook nog meenemen: mijn innocent bottle! Het stond nooit op de rekening.

Zo tegen half elf is het koffietijd. Vandaag voor het eerst Vietnamese koffie gehad. Smaakte prima. Het buurmeisje van veertien komt ook langs. Een bijdehante tante, die prachtig schoolengels spreekt. Uiteindelijk troont ze Piet mee naar haar huis. Ik ben niet belangrijk. Haar vader was een oorlogsveteraan, dus die moest aan Piet worden voorgesteld. Piet kan er blijven eten en wijn drinken, alles kon 'ie krijgen. Na de nodige foto's worden we uitgezwaaid door iedereen. Hun ochtend is weer gemaakt.

Gisteravond om tien uur hoorde ik de smid nog bezig en vanochtend om vijf uur ook weer. In het dorp konden we niet merken dat het zondag was. Gedurende de trip wel. De scholen bleven hier dicht; er was dus nogal wat gezinsleven langs de weg en veel markten.
We klimmen en dalen, de kilometers vliegen onder onze wielen door. Het heeft vannacht weer geregend, maar de hele tijd is het lekker bewolkt. We zien een jeep rijden met toeristen. We merken meteen op dat tegen hen niet wordt geroepen of gezwaaid. Dat is dus werkelijk een heel andere manier van vakantie: ze missen veel, vinden wij.

Dan zien we een hangbrug over de Rode Rivier: fototijd. Wat zou het leuk zijn als we eens een Vietnamees zouden vragen om ons op de foto te zetten op die brug. Moet toch lukken? Bij die brug wordt ook een markt gehouden en het is er een drukte van belang. Piets camera is gemakkelijker om door een ander bediend te worden, dus vraag ik het aan hem. Zelf loop ik alvast tot halverwege de brug en draai me om. Komt Piet achter me aan met de camera in zijn hand. Nou ja! Dus vraag ik (bits natuurlijk) "Waarom heb je die nu niet bij die knul gelaten?" Toen waren de rapen gaar, want hij had dat natuurlijk ook gevraagd, maar die knul begreep er helemaal niets van en was bang weggelopen! Ik heb het later geprobeerd bij nog twee Vietnamezen, maar niemand wilde. Ze deinsden gewoon terug als we het hun vroegen. Bang voor de hele moderne wereld. Dus hebben we elkaar maar op de foto gezet. Toen we van de brug afkwamen, wilde die eerste knul ineens wel. Toen hadden wij het gehad.
Heerlijke koffie gedronken en de gehele meute weer om ons heen. Eindelijk ook eens het biljarten op de foto gezet. Elk klein plaatsje, bij oude huizen en het maakt niet uit waar, er zijn er altijd wel een paar die onder een afdak een biljart hebben. Het is natuurlijk wel een manier om je kinderen bij je in de buurt te houden.
Op het laatste van de klim zijn ze de weg aan het repareren, alles met mandjes hoor. Eerst mocht ik geen foto's nemen, maar toen kreeg er een er lol in en duurde het een tijdje... Piet maar wachten boven op de heuvel! Hij had trouwens wel verwacht dat er zoiets aan de hand was.

De dagen gaan nou toch wel hard, zou het wennen? Of komt het dat we richting Hanoi gaan?
Ik ben allang klaar, als Piet nog aan het goochelen is met dongs en dollars. Dat is ook het lastige als we met dollars betalen: ze hebben nooit dollars terug, en je bent altijd duurder uit. Uiteindelijk zitten we pas om acht uur op de fiets. Na twee kilometer kom ik tot de ontdekking dat ik beter de kamer nog een keer had kunnen inspecteren. Mijn Vietnamese hoed, die zoveel met mij heeft meegemaakt, ligt nog op de kamer. Ach, hij kostte 6000 dong (f 1), daar gaan we dus niet voor terug. Maar toch...
O ja, het is maandag en het is alweer heel druk op straat. De scholen zij ook weer begonnen. Door mijn enthousiaste geschakel, zit mijn ketting ineens hartstikke klem. Gelukkig krijg ik hulp van een aardige Vietnamees. Wat hebben de meeste mannen toch een lange nagels.
Dat we dichter bij Hanoi komen is te merken: de wegen worden ontzettend druk, getoeter en geraas. Jammer, want daardoor komt het er niet van om erg om je heen te kijken. Nog een paar kleine klimmetjes en dan wordt de wereld vlak.
Piet doet af en toe net alsof hij de meeste wegenbelasting betaalt en haalt echt gevaarlijke capriolen uit. Ik denk altijd maar dat de vrachtauto's en de bussen veel groter zijn dan ik. Ik kan wel brutaal doen, maar ik heb hoe dan ook NIETS in te brengen. Ik doe mijn best om voor Piet te fietsen, dan zie ik het niet! Dat is niet zo'n groot probleem. De conditie van Piet is vandaag niet al te best en ik ruik Hanoi.
Ze leggen het stro gewoon op de weg te drogen. Niet alleen het stro, maar ook de rijst zelf. Ik had even niet in de gaten dat er ook rijst lag, dus ben ik er finaal overheen gereden. Er zit dus hier en daar een rijst-stro-halm aan ons rijwiel.
Uiteindelijk komen we op het enige fietspad van Vietnam. Dat loopt langs de vierbaansweg van het vliegveld naar Hanoi. Het fietspad is echter niet alleen voor fietsers bedoeld, maar ook voor waterbuffels.
Rijstvelden VietnamHalf drie 's middags hadden we in no-time ons hotel gevonden. Dan vertelt de hotelmanager doodleuk dat "lots and lots of Dutch people come in this hotel". Dachten wij dat we uniek waren. Pats - sta je gewoon weer op de grond, na deze prestatie!
Eindelijk een fles Bordeaux gevonden. Ik zit me dus even later lekker te bezatten en aan de kaas. LIFE CAN BE REALLY GOOD (and that it is most of the time). Onze natte kleding weer eens gewassen en ze krijgen een plekje onder de fan.

Veel mensen vragen aan me: "Was het leuk?" en zeg ik dat het NIET leuk was, nee, zo'n soort vakantie is niet leuk, het is wel: ENERVEREND, INDRUKWEKKEND, SPANNEND, MOOI, INDRINGEND, een PRACHTIG LAND en ontzettend AARDIGE mensen.
Nog een keer?
Nee, naar dit gebied ga ik niet nog een keer, ik wil niet zien hoe het gaat veranderen, hoe het toeristischer gaat worden, nee, de hele wereld is zo mooi...

© Copyright tekst en illustraties Lia Vis.
Alle rechten voorbehouden. Overname niet toegestaan.

Terug naar het overzicht reisverhalen

Bovenkant pagina