Reisbureau Vietnam Journey
 Individuele Vietnamreizen
» Emerging Vietnam 7 dagen
» Vietnam Panorama 9 dagen
» Vietnam Heritage 11 dagen
» Vietnam Variety 13 dagen
» Vietnam Experience15 dagen
» Hotels
» Veelgestelde vragen
» Reacties van reizigers
» Offerte aanvragen

 Individuele Fietstochten
» Delta Discovery 3 dagen
» Delta Discovery 4 dagen
» Delta Discovery 6 dagen
» Delta Discovery 8 dagen
» Delta Discovery Eco 4 dagen
» Delta Discovery Eco 7 dagen
» Veelgestelde vragen
» Reacties van reizigers

 Groepsreis op maat
» Reacties van reizigers
» Offerte aanvragen

Reisinformatie Vietnam
» Sfeer proeven
» Reisinformatie
» Reisverhalen
» Reisboeken
» Reisvideo's
» Veelgestelde vragen
» Visum
» Ambassade
» Geld
» Duiken
» Links

Reisbestemmingen Vietnam
» Cultuur
» Natuur
» Steden
» Strand
» Bergvolken
» Meer bestemmingen
» Cambodja
» Laos

Gratis
» Gratis fietsroutes
» Gratis presentatie
» Gratis nieuwsbrief

Over Vietnam Journey
» Introductie
» De 10 voordelen
» Projecten met een goed doel
» Reactie
» Home


Vietnam Journey in de pers

Reisverhaal Vietnam

Rondje Hanoi

Door Bauke Hoogland

Bij aankomst in Hanoi konden wij niet meteen het toestel verlaten. Wij bleken hoogwaardigheidsbekleders in ons midden te hebben. De rode loper was al voor hen uitgelegd en zij mochten dan ook als eerste uitstappen. Het gezelschap kwam van een eilandengroep, het is mij echter niet duidelijk geworden welke.
Na het uitchecken op zoek naar onze bagage. De tassen en de fietsen kwamen vlot voorbij en ik dacht dat gaat lekker snel. In mijn enthousiasme begon ik de fiets al uit de doos te halen en de bagage te bevestigen. Deze actie kon de Vietnamese douane niet echt waarderen en ik werd dan ook gesommeerd om daarmee op te houden. Ik moest aantonen dat de fiets mijn eigendom was. Het uitklaren van mijn fiets kostte mij zoveel problemen dat ik in alle consternatie de helft van mijn bagage liet staan. Ik had drie tassen achtergelaten en met de nodige moeite kon ik ook die eigendommen voorbij de douane krijgen. Henk had wat minder moeite en was zich buiten al startklaar aan het maken.
In de tropische warmte en onder vele toeziende Vietnamese ogen (douaniers, vliegveldpersoneel en taxichauffeurs) maakten wij ons reisvaardig. Voordat we vertrokken eerst wat dollars voor Vietnamese dong gewisseld, zodat we onze dorst konden lessen. In een mengelmoes van Frans en Engels wist ik cola en water te bestellen. Ik stelde een wisselkoers van 11.000 dong voor. Deze koers accepteerden de meisjes achter de balie gretig, logisch want later bleek meer dan 12.000 dong voor een dollar gangbaar te zijn.
Het gesprek verliep overigens zeer moeizaam, in deze voormalig Franse kolonie is er van de taal weinig meer terug te vinden en de Engelse woordenschat van de bevolking is zeer beperkt.
De weg naar Hanoi was wonderbaarlijk goed, een mooi fietspad langs de drukke hoofdweg. Veel fietsers (vaak zwaar beladen) en bromfietsers (standaard met drie passagiers) vormden een kleurrijk schouwspel. Op veel kruisingen verkeerspolitie, eerst dachten dat wij dat agenten goedkoper waren dan verkeerslichten, later bleek e.e.a. met het staatsbezoek te maken hebben.
Onderweg werd er ontzettend veel geclaxonneerd. Eerst dachten wij dat het een welkomstgroet voor twee Hollandse wielrijders was, maar er bleek een andere oorzaak te zijn. In het Vietnamese verkeer (dit geld overigens voor meerdere Aziatische landen) gaat het vervoermiddel met de grootste/luidste claxon voor.
Rond de avondspits arriveerden wij in Hanoi, dat bleek aardig getimed, het was een geweldige verkeerschaos. Hanoi is een fietsstad bij uitstek al moesten we wel even aan de verkeersregels wennen. De verkeerslichten, die we hier wel zagen, hadden een iets andere functie dan in Nederland. Rood betekende inderdaad stoppen, maar bij groen licht kon je niet zonder meer oversteken. Verkeer van rechts wachtte keurig op ons, maar van de links kwamen ze al vrij snel weer op ons af, zodat enige haast en goed uitkijken geboden was.
De duisternis viel vroeg in, zodat we het raadzaam achtten snel onderdak te zoeken. Tijdens onze zoektocht kregen we verscheidene liften van cyclo’s (fietstaxi’s) aangeboden. Die aanbiedingen sloegen wij wijselijk af.
Toen we een aardig hotel tegen kwamen hebben we ook maar vlot toegehapt. Voor 25 dollar hadden we een goede tweepersoonskamer en tegen bijbetaling kon er ook nog voor vrouwelijk gezelschap gezorgd worden.
De fiets moesten we buiten stallen, dat vonden we erg link, zodat we bedongen de fiets mee naar de hotelkamer te nemen. ’s Avonds de stad een beetje verkend en in een reizigerscafé gegeten.
Hanoi heeft ruim drie miljoen inwoners, de hoofdstad van Vietnam kon mij niet echt bekoren. De bevolking was vrij onvriendelijk en wilde slechts aan het toerisme verdienen. Op zich begrijpelijk, maar zo agressief als de inwoners van Hanoi zich gedroegen kwamen we verder in Vietnam niet meer tegen.
Slenteren door een stad is altijd vermoeiend daarom heerlijk uitgerust op een van de vele bankjes langs het Hoan Kiem-meer. De Vietnamezen zijn trots op hun meer, vele toeristen vinden het maar gewoon. Met dit heerlijke weer was het voor ons een goede plaats om even van ons bijzondere vakantieland te genieten.
We hadden onze route de dagen ervoor al tientallen malen bijgesteld en volgens ons laatste scenario moesten we de stad in noordelijke richting verlaten. Ons eerste reisdoel was Lang Son een stadje vlakbij de Chinese grens. Het traject van 160 km lengte wilden we in twee dagen afleggen.
Hanoi is een grote stad, maar we zaten toch vlot op de goede weg. Over de fietsbrug en niet over de autobrug die we in eerste instantie kozen, een Vietnamese agent verzocht ons vriendelijk maar dringend de juiste brug te nemen, verlieten wij in noordoostelijke richting de stad.
Al het verkeer gaat in Vietnam over dezelfde weg. Het was die dag warm, stoffig en erg druk. Het was soms vermakelijk om te zien hoe al het verkeer in elkaar krioelde, onderweg waren we getuige van een ongeluk, wij verbaasden ons er echter over dat in deze verkeerschaos niet meer aanrijdingen gebeurden.
Vrachtauto’s, auto’s, busjes, fietsers en wandelaars – de laatste twee categorieën met heel veel ‘levende’ have – gingen aan ons voorbij.
Veel Vietnamezen verdienen de kost met de landbouw en veeteelt en dat was onderweg goed te zien. Veel agrarisch verkeer op en langs de weg en links en rechts veel rijstvelden.
De route naar Lang Son was in het begin geheel vlak, zodat we aardig opschoten. Het wegdek was niet geweldig, veel gaten en kuilen, want geld voor wegwerkzaamheden is er in Vietnam niet. De drukste wegen bevinden zich dan ook in de slechtste staat.
Overigens hadden wij als fietsers nog de minste last van de slechte conditie van het wegennet. Iedereen die eens een autorit of bustour door Vietnam gemaakt heeft, weet wat wij bedoelen!
Hanoi VietnamDe steden en dorpen, met al hun stalletjes langs de weg, die we onderweg passeerden vormden als het ware een grote markt. Voor hongerige en dorstige fietsers was dat heel erg prettig. Dit straatbeeld gold voor het hele land, zodat we onderweg genoeg bevoorrading konden krijgen.
We wilden na 75 km fietsen in Kep een onderkomen zoeken, dat viel echter bitter tegen. Wij zagen weinig wat op een hotel leek. Ook navraag bij de plaatselijke bevolking leverde niets op. Een Vietnamees wist te melden dat 20 km terug in Bac Giang wel onderdak was. Een weinig aanlokkelijke suggestie, maar verder fietsen leek ons met de snel invallende duisternis ook riskant. In deze landen is het vroeg donker, en in de duisternis heb je zeker als toerist weinig te zoeken (het is ook lastig oriënteren in wildvreemde omgeving).
Het eerstvolgende oord van enige betekenis, Met, was zeker niet groter als Kep en zou ook wel eens weinig onderdak te bieden kunnen hebben. De andere dag zou blijken dat er zeker wel plaats was geweest.
Wij besloten dus toch maar terug te gaan en vonden een Bac Giang een redelijk hotel. Voor een kleine 20 dollar een tweepersoonskamer dat was te billijken. ’s Avonds in de stad wat eetbaars gezocht. Het horeca- en uitgaansleven was hier minimaal, maar we vonden toch een adres waar we wat lekkers konden halen (dankzij de Engelstalige menulijst!).Die avond voor het eerst onder de klamboe geslapen.
Zaterdagochtend bij hetzelfde restaurant ontbeten en aan de Vietnamese thee geweest. De oude baas van het restaurant was erg verguld met zijn buitenlandse gasten en Henk heeft hem met mij nog op de foto gezet.
De schaarse overnachtingsmogelijkheden onderweg noopten ons tot de zoveelste aanpassing van ons reisschema. Ik wilde graag in noordwestelijke richting de bergen in trekken. Het noorden van Vietnam is dun bevolkt en de afstand tussen dorpen en steden van formaat is redelijk groot. Het onvoorspelbare wegdek en moeilijkheidsgraad van het traject vormden een te groot risico. Om dezelfde reden moesten we ook de laatste week in Vietnam het reisschema vele malen aanpassen. Fietsen in het noordwesten van Vietnam is echt pionierswerk, daar hebben wij ons dan ook maar mondjesmaat aan gewaagd.
Vanaf Lang Son in oostelijke richting bood meer perspectief, niet in de laatste plaats daar ik in Op Pad gelezen had dat een Nederlandse groep fietsers in Dinh Lap onderdak had gevonden. Dinh Lap lag op onze nieuwe route, zodat onze keuze op de Noordoost-variant viel.
Eerst echter van Bac Giang naar Lang Son. Het eerste stuk kwam ons bekend voor, tot aan Kep hadden we de dag ervoor ook al gefietst. Na Kep werd het wat heuvelachtiger en was het minder druk op de weg. Het noorden (de bergen) is minder dicht bevolkt en dat maakt het fietsen plezieriger.
In Met gestopt en wat eten en drinken ingeslagen. Het winkelvrouwtje serveerde meteen Vietnamese thee, het drinken van de vrij sterke kruidige thee kun je in dit land eigenlijk niet afslaan. Deze thee wordt net zolang bij geschonken totdat de gast aangeeft er genoeg van te hebben. Henk en ik hanteerden dan meestal de volgende tactiek ‘een laatste slok thee en dan snel wegwezen’.
Aan de overkant van het winkelstalletje had de middelbare schooljeugd ons al enige tijd gade geslagen en kon hun nieuwsgierigheid niet meer bedwingen. De groep stormde op ons af en wilde ons en onze fietsen aanraken. Een jong meisje vroeg ons in het Engels wat wij van Vietnam en van de bevolking vonden.
Na Met op weg naar Dong Mo. We merkten goed dat we noordelijker kwamen, de omgeving werd groener en bosrijker en we kwamen weinig verkeer voorbij of tegen. In deze puur agrarische omgeving, zagen we slechts wat vee al of niet in gezelschap van de boer(in). Overstekende koeien, waterbuffels en varkens waren geen zeldzaamheid.
De Vietnamese boeren leven volop van de natte rijstbouw en onderweg zagen we dan ook hele families druk aan het werk op de rijstvelden. De rijst werd gewoon op straat gedroogd, waar wij dan met een grote boog omheen moesten.
In het voorbijgaan verbaasden we ons over de wel zeer markante rotsen die aan weerszijden soms zomaar uit het niets oprezen.
Hanoi VietnamHet was een warme dag en in Dong Mo was het dan ook de hoogste tijd voor een welverdiende pauze. Veel fruitkraampjes zodat we volop vitamines naar binnen kregen. Goed gegeten en gedronken want het zware klimwerk ging echt beginnen.
Op naar Lang Son moest er dik vijf km stevig geklommen worden. Sommige stukken waren dik 10% steil en er moest goed doorgetrapt worden om deze 1100m hoogte pas te bedwingen. Vlak voor de top een stukje terug gefietst en Henk ‘opgehaald’ daarna samen verder naar boven. Na een heerlijke afdaling glooide de weg verder naar Lang Son. Het klimmen kostte nogal wat tijd, zodat we pas tegen vijven, met ca. 95 km in de benen, in Lang Son arriveerden. Volgens de Rough Guide waren er genoeg adressen, zodat we hier niet voor het uitzoeken hadden. Middenin het stadje vonden we een geschikt adresje waar we voor twee nachten reserveerden.
’s Avonds in een klein restaurant gegeten. De taalbarrière was groot, maar wijzend naar de rijst en vlezen (kippen- en varkensvlees) die er uitgestald stonden, slaagden wij er toch in om een goede maaltijd samen te stellen. Henk at al de hele vakantie met stokjes, ik waagde er mij deze avond voor het eerst aan. Met een lepel ging mij heel wat handiger af, maar de rest van onze vakantie at ook ik zo veel mogelijk in stijl.
Het was een zware fietsdag geweest, we zochten dan ook vroeg onze hotelkamer op.
De volgende ochtend op de binnenplaats van het hotel onder grote publieke belangstelling onze fietsen gepoetst en de kettingen gesmeerd.
Na het ontbijt, Vietnamese bamisoep met vlees, richting Chinese grens gefietst. Na een mooie heuvelachtige route kwamen we na ca. 20 km bij de grens aan. Het tochtje was mooi, bij de grens was echter weinig interessants te zien. Een groot hek maakte duidelijk dat we vlakbij het reusachtige China waren.
Zonder visum heb je in dat land weinig te zoeken (dit was overigens in Hanoi goed te regelen geweest), zodat we de terugreis vlot aanvaardden. In Quang Hoa nog even wat proviand ingeslagen. Onder grote belangstelling meteen een groot deel van onze voorraad soldaat gemaakt. Onderweg zag ik ook hoe de meeste Vietnamezen omhoog fietsen, nou gewoon... te voet. Het was mij al enige dagen een raadsel, hoe zij zo zwaar beladen met hun gammele karretjes heuvels of bergen konden trotseren.
Deze dag moesten we even schuilen voor een van de spaarzame regenbuien die we tijdens onze vakantie gehad hebben. In Lang Son de markt bezocht en geprobeerd in een karaoke-restaurant voor ’s avonds een diner te reserveren.
We probeerden die dag ook te wassen, het drogen viel echter niet mee op onze klamme kamer.
’s Avonds vol goede moed naar het karaoke restaurant, daar aangekomen bleken ze onze reservering niet echt begrepen te hebben. Het restaurant was bovendien de rest van de dag gesloten, zodat we snel weer buiten waren. Lang Son heeft overdag redelijk veel te bieden, ’s avonds is het echter zoeken om een aardige gelegenheid. Restaurants van betekenis vonden we niet, zodat wij die avond dan ook bij een straatkarretje hebben moeten eten. Met enkele Vietnamese broodjes papao moesten we ons tevreden stellen.
Lang Son is een redelijk toeristische stad en we werden hier dan ook voor het eerst geconfronteerd met grote prijsverschillen. Voor fruit hanteert men in Vietnam op het platteland blijkbaar eenheidsprijzen, in steden of toeristische centra was onderhandelen of shoppen aan te bevelen. Mandarijnen, appels en bananen die we bijna overal voor 10.000 dong per kilo, minder dan twee gulden konden krijgen, werden hier variërend van 8.000 tot 15.000 dong aangeboden.
’s Avonds zagen we voor het eerst yoghurt, dit product van Friese makelij was gezien de prijs van een gulden voor een klein 0,2 liter pakje echt een luxeartikel.
Na vijf dagen Vietnam hadden we een aardig beeld van het prijspeil in Vietnam: soep 5,000 dong, rijst met vlees 5,000 dong, een halve liter water 5,000 dong, een blikje cola 6,000 dong, een fles Chinees bier 7,000 dong, een kilo fruit 10,000 dong, een tweepersoonskamer 10 dollar. Hotels dienden bij voorkeur in dollars afgerekend te worden.
Terug bij het hotel op de stoep bij een straatstalletje nog wat blikjes bier gehaald. Met de familie nog wat Vietnamese woorden geoefend. In het geanimeerde gesprek werd ons duidelijk dat we op weg naar de kust voldoende overnachtingsmogelijkheden zouden tegen komen.
Maandag eerst naar de bank om geld te wisselen, onze voorraad dong slonk zienderogen en de wisselkoersen bij hotels waren niet echt gunstig en vaak kon men geen grote bedragen wisselen. Het meisje achter de balie was echter niet echt blij met mijn twee biljetten van 50 Amerika dollar. Maandag is balansdag en ze kon mij dan ook niet helpen. Wellicht was er nog een particuliere ‘wisselaarster’ die mij wilde helpen. Dat bleek het geval, naast mij stond een vrouw met een koffer vol Vietnamees monopolygeld.
Enkele minuten later was ik ‘miljonair’ en het meisje achter de balie vroeg belangstellend of ik een goede koers bedongen had. 12.000 Dong voor een dollar was alleszins redelijk, dus ik stapte tevreden met 1,2 miljoen Dong naar buiten.
In Vietnam kunnen Travelers Cheques gewisseld worden, maar gezien de hoge kosten zijn cash dollars aan te bevelen.
Noorden VietnamTerug bij het hotel bij het ons bekende straatstalletje op de stoep ontbeten. Rond half tien op weg naar Dinh Lap, wij wilden in een keer naar de kust fietsen. Onderweg kwamen wij er achter dat een onmogelijke opgave was. De eerste kilometers goed wegdek en veel schoolkinderen die ons begroetten. De Engelse woordenschat is echter beperkt, verder dan ‘hello’, ‘where do you come from, ‘goodmorning’, ‘good afternoon’ en ‘goodbye’ komen de meeste niet.
Na 35 kilometer een tussenstop en we filosofeerden, nog niets vermoedend over wat ons nog te wachten te stond, over het bereiken van Tien Yen, een stadje zo’n 65 km verderop.
Het mooie asfalt wat we die dag hadden hield abrupt op en de eerste 65 km zouden we dat niet meer aantreffen. Het abominabele wegdek bezorgde mij de grootste problemen. Henk fietste nog redelijk door, maar ik ging weinig harder meer dan 10km per uur. We ploeterden richting Dinh Lap. Even voor drieën kwamen we er aan en we peinsden er beiden niet over om nog verder te fietsen. Bij het postkantoor gevraagd waar we in het dorp onderdak konden vinden. Na eerst een drietal keren aan het hotel voorbij te zijn gefietst, wisten wij het uiteindelijk toch te vinden. Voor 100.000 dong konden wij terecht.
Het verblijf mocht de naam hotel eigenlijk niet hebben, maar wij namen er vlot genoegen mee. De sanitaire voorzieningen waren primitief, een groot koud water bassin om je te wassen en een toilet voor de wel hele hoge nood.
Bij het postkantoor kon ik na heel veel moeite de eerste vakantiekaarten op de bus doen. Na mijn verzoek in het Engels opgeschreven te hebben, begreep het personeel uiteindelijk dat ik een vijftal kaarten wilde versturen.
Dinh Lap bleek na zessen een weinig bruisend uitgaansleven te hebben. Sterker nog als de zon onder gaat en dat is in Vietnam vrij vroeg, worden alle straatstalletjes afgebroken en gaat een ieder huiswaarts. We vonden toch nog een stalletje annex restaurant waar we terecht konden. In het Vietnamese woordenboek vonden we het hoofdstuk ‘eten en drinken’ zodat we er in slaagden een heerlijke maaltijd voorgeschoteld te krijgen. De groente leek nog een probleem te worden, maar een gebaar richting het bord van onze buurman was voldoende om naast de rijst met varkensvlees nog boontjes te krijgen. De dagen ervoor hadden we ons regelmatig moeten behelpen met slechts bami-soep, maar vanaf deze dag wisten wij telkens een heuse maaltijd te bestellen.
Terug bij het hotel moesten wij ons bij de eigenaar melden. Onder het genot van de ons zo langzamerhand zeer bekende Vietnamese thee, werden wij geregistreerd door de plaatselijke politie. Er kwamen twee plaatselijke dienders op de Hollandse fietsers af. Een politieman probeerde een gesprek met ons te voeren, de ander deed het papierwerk en heeft volgens ons de paspoorten geheel over geschreven.
Na de theeparty onze kamer opgezocht.
De volgende dag wachtte ons een loodzwaar karwei, minstens 40 kilometer karrenpad voordat we in Tien Yen weer in de bewoonde wereld zouden aankomen.
Na negen kilometer een onverwachte tussenstop. We kwamen twee motorrijders tegen, die er wel erg Europees uitzagen. Na een korte begroeting ineens de kreet ‘waar komen jullie vandaan’. De Engelse variant kenden wij al uit den treuren, maar deze uitroep was oprecht. De voorste motorrijder hadden wij enkele dagen eerder bij de ambassade van Laos in Hanoi getroffen. Enthousiast werden reisplannen en ervaringen uitgewisseld. Vier blanken in ‘the middle of nowhere’ was wel erg bijzonder, de spaarzame bevolking vond dat ook dus in een mum van tijd waren wij omsingeld. Na de kwaliteit van het wegdek ‘geprezen’ te hebben, namen we afscheid van de motormuizen.
Na tweeënhalf uur fietsen maar liefst 25 km afgelegd, Tien Yen kwam dus niet echt vlot in zicht. Onderweg had Henk nog een lekke band en een zestal Vietnamezen weet nu ook hoe Nederlanders een bandje verwisselen.
Rond een uur bereikten we de grote weg (eindelijk weer asfalt!) zonder overigens maar een glimp van Tien Yen gezien te hebben. De weg naar Cam Pha ging grotendeels over goede wegen, maar de route was allesbehalve vlak. Ik vond het wegdek een hele verademing dus nam ik het klimmen op de koop toe, bovendien was de omgeving zeer bezienswaardig. Weliswaar geen dichte bossen hier, maar de verscheidenheid aan struiken was opmerkelijk.
Onderweg enkele malen een fotostop gemaakt. Dertig kilometer voor Cam Pha gestopt bij een stalletje langs de weg. Onder de Vietnamese thee het woordenboek te voorschijn gehaald en nog geprobeerd een klein praatje maken.
Een kleine tien kilometer voor Cam Pha werd het goed merkbaar dat we in een steenkolenstreek aankwamen. Het landschap werd een stuk minder fraai en we kwamen meer in de smog terecht. Het wegdek was intensief door vrachtverkeer gebruikt en was dus in erbarmelijke conditie. In Cam Pha (105 km vanaf Dinh Lap) aangekomen hadden we snel door dat we deze stad eigenlijk het beste maar konden mijden. Gezien de tijd en grote afstand naar de volgende plaats van betekenis (Hong Gai), besloten we toch maar in deze vieze stad onderdak te vinden. Aan de hoofdweg vinden we voor 16 dollar een tweepersoons kamer. We zagen er toepasselijk als mijnwerkers uit, dus meteen maar een lekkere douche genomen. Eenmaal toonbaar de stad om een hapje eten te halen. Dankzij het woordenboek konden we ook nu lekker eten. Het eten smaakte zo goed dat we een dubbele portie bestelden, dat alles onder het genot van een Heineken-import.
De volgende dag richting Halong Bay, het eerste stuk bleef het stoffig en druk. Vlak buiten de stad een venijnig klimmetje, bovenop de bult kregen we prompt een lift aangeboden, overigens wel de verkeerde kant uit.
Rond elf uur kwamen we aan in Hong Gai waar we met de pont over gingen naar Bai Chay. Op dit schiereiland wilde men ons heel graag als hotelgast hebben.
Het was die dag echter bewolkt, zodat wij besloten niet op dit toeristische eiland te blijven. De brommerkoeriers vonden dat geen leuke mededeling, en bleven ons achtervolgen in de hoop ons op andere gedachten te kunnen brengen. Wij vonden al die aandacht verre van aangenaam, en wij besloten dan ook weer vlot naar de vaste wal terug te keren. Eerst nog even lekker geluncht in een terecht door The Rough Guide aangeprezen restaurant.
Onder het eten even geen bromnozems, maar wel een enthousiaste ansichtkaartenverkoper. Zijn prijs was heel billijker dan zijn collega’s in Hanoi, daarom kochten wij beiden twee setjes kaarten.
Na de lunch gingen we met de pont terug naar Hong Gai, waar we met de veerboot verder wilde naar Hai Phong. De tocht met de veerboot gaat langs Halong Bay, zodat we een van de mooiste plekjes van het noorden van Vietnam nog goed te zien zouden krijgen. Met het ietwat sombere weer loonde het toch niet om met een klein bootje een trip langs de baai te maken.
In Hong Gai vlot een kaartje voor de boot van vier uur gehaald. Bij het havenkantoor trof ik een Vietnamees die aardig over de grens sprak. Deze horecaman kon vloeiend Engels zodat er een geanimeerd gesprek ontstond. De persoon in kwestie woonde zes maanden per jaar in Amerika, en was dus ook een echte wereldreiziger. Hij bezat een hotel vlakbij de haven, waar wij tegen betaling uiteraard van harte welkom waren.
Wij hadden in Hong Gai nog alle tijd om de stad in te gaan. Veel toeristische winkeltjes en een gezellige markt. Van het uitstallen van groente en fruit maakte men ook hier wat moois. Na onze fruitvoorraad aangevuld te hebben, deden wij in een klein winkelstraatje onze overige aankopen. De yoghurtprijs was hier een stuk lager dan in Lang Son en we kochten dan ook ruim in.
Tegen vieren terug naar de veerboot die al afgeladen vol was. Een hele klus om onze fietsen aan boord te krijgen, maar met hulp van de bemanning wisten wij de rijwielen veilig op het voordek te krijgen.
We zochten eerst een plaatsje benedendeks, maar de drukte en warmte was verre van plezierig, zodat we snel een plaatsje op het voordek zochten. Wij genoten van het tochtje langs de Halong Bay. De invallende duisternis gaf alles een speciale dimensie. De fraaie rotsen hadden nu een wel bijzondere aanblik.
Halong Bay is terecht een van de grote toeristische attracties van Vietnam. De huizenhoge kalksteenrotsen, grotten en koraalriffen zijn een plaatje om te zien. Bij helder weer is een uitstapje naar Cat Ba een must.
Wij hebben de oversteek met de veerboot gedaan, bij voldoende tijd en helder zicht is een dagtocht met een kleine roeiboot aan te raden. Wij waren nu slechts fl 15,00 voor een kaartje kwijt, voor een dagtocht moet je rond de fl 50,00 betalen.
Aan boord nog een praatje gemaakt met een Chinees die onze zag staan en benieuwd was naar onze belevenissen.
Vanwege de oversteek naar Hai Phong deze dag slechts 35 km afgelegd.
Het was een kleine vier uren varen naar Hai Phong, zodat we daar in de duisternis afmeerden. Deze industriehavenstad had goede toeristische voorzieningen, we hadden dan ook ruime keuze uit hotels. Henk had de gids al weer paraat, maar er waren ook voldoende ‘gidsen’ onderweg. In een van de drukste straten kozen wij een prima hotel. Het was redelijk aan de prijs, maar dat hadden we er wel voor over. De buurman runde een Japans eethuis, zodat we voor de warme hap niet ver weg hoefden . In het Japanse restaurant sprak de jongste bediende het beste Engels, zodat deze dame ons de hele avond mocht serveren. Wij trakteerden ons op een luxe en zeer smakelijke maaltijd, waarbij het Tiger Beer rijkelijk vloeide.
Op de hotelkamer later op de avond de familie eens ingelicht over onze Vietnamese avonturen. De volgende ochtend kwamen we er achter dat het een kostbaar telefoongesprek was geweest. We moesten vier keer bellen voordat we uiteindelijk verbinding hadden, alle ‘gesprekken’ moesten we betalen en daarom moest ik 45 dollar lappen.
Vanaf Hai Phong was het een dikke 100 km weer terug naar Hanoi. Deze route was niet de meest inspirende van de vakantie, maar we hadden er wel mooi weer bij. Onderweg werd driftig geasfalteerd, en dat was voor ons een gelukje. De weg was nog niet geschikt voor zwaar verkeer, maar wij mochten de nieuwe asfaltlaag alvast inwijden.
De adressen onderweg waren erg goedkoop, de flesjes cola waren met 2.000 dong bijna gratis. 30 Kilometer voor Hanoi even uit de drukte en een siësta in het weiland gehouden. In Hanoi zaten we natuurlijk weer in de avondspits, dus weer een heerlijke chaos.
In het Real Darling Café goed gegeten en gezellig gebabbeld met de andere, overwegend Nederlandse gasten. Een stel dames van middelbare leeftijd wees ons erop dat de omgeving van Sapa erg bergachtig was en volgens hen amper te fietsen. Dat laatste zouden we aan den lijve ondervinden.
We wilden met de nachttrein naar Lao Cai (330 km ten noordwesten van Hanoi). Na een stevige maaltijd gingen we dan ook maar richting station, om alvast kaartjes te regelen. De kaartjes hadden we vlot op zak, zodat we voor vertrek nog alle tijd om nog even de stad in te gaan. We dronken nog een paar bakjes koffie in een gezellig reizigercafé wat de eerste dagen van onze vakantie al vaker bezocht hadden.
De rit in de nachttrein was een belevenis op zich. Het was een drukte van jewelste en de trein werd onderweg overspoeld door handelaren die van alles en nog wat probeerden te slijten. Veel brood, fruit, frisdrank en het liefst ook meerdere malen achtereen (tien mensen die je binnen vijf minuten een brood proberen aan te smeren!).
Onderweg deed ik geen oog dicht, dat was vooral te wijten aan de cassetterecorder die mijn Vietnamese buren meehadden. Ik kreeg van hen nog wel enige slokken rijstwijn aangeboden, maar ik had liever wat rustiger gezelschap naast mij gehad.
De ruim 300 km lange trip werd met een slakkengang afgelegd, de trein stond voor mijn gevoel net zo lang stil als dat hij reed, en het was dan ook rond negen uur toen we in Lao Cai aankwamen.
Ik was behoorlijk geradbraakt (Henk daarentegen was aardig uitgerust) na deze lange reis, maar we wilden wel direct door naar Sapa. In Lao Cai eerst een restaurant opgezocht waar we een stevig ontbijt verorberden. Het taaie vlees was moeilijk naar binnen te krijgen, maar we legden wel een goede bodem voor onze zware tocht naar Sapa.
Noorden VietnamDe route naar Sapa was wonderschoon maar wel loodzwaar. De eerste tien kilometer waren nog redelijk vlak, maar daarna ging het 30 kilometer lang echt omhoog. De weg was prima geasfalteerd en we genoten van de schitterende omgeving. Onderweg zagen we heel wat bergvolk tegen. Henk had moeite om mij te volgen, zodat ik alle tijd had om van de mooie vergezichten te genieten. Bij een bergbeekje nog gestopt om de bidon te vullen. Bijna nog Vietnamese geitenkaas gekocht, maar de kiloprijs was die dag wel erg hoog.
Twaalf kilometer voor de top gestopt bij een van de weinige kraampjes die we onderweg tegen kwamen. Ik kreeg vlot een zitplaats aangeboden en een hele Hmong-familie ging om mij heen staan. Enige minuten later werd ook Henk door het nieuwsgierig bergvolk verwelkomd. Na de dorst gelest te hebben en weer op adem te zijn gekomen vervolgden wij onze reis.
Aan het klimmen leek maar geen einde te komen en het kostte heel wat moeite om door te blijven fietsen. Ik werd door verscheidene pick-ups ingehaald en keek wel even of Henk niet stiekem zijn fiets achterin geladen had. Henk biechtte later op dat hij daar wel aan gedacht heeft, maar was toch op karakter verder gefietst.
Ik was er heilig van overtuigd dat het dorp niet boven de top zou liggen en dat we nog een kleine afdaling in het verschiet hadden. Waar ik die wetenschap vandaan haalde zal altijd een raadsel blijven, ik zat er dus faliekant naast en we bleven tot de laatste meters klimmen. Rond half vier kwam ik behoorlijk vermoeid in Sapa aan, waar ik enige tijd op Henk moest wachten.
Die zag mij in gedachten al met een blikje bier op het dorpsplein staan, maar ik besloot toch met een cola mijn eerste dorst te lessen.
Na deze pauze op zoek naar een hotel, tot de laatste meters bleef het klimmen. Eenmaal aangekomen in het hartje van het toeristische bergdorpje Sapa werden wij enthousiast binnengehaald door een hoteleigenaresse op de motor, die ‘a very cheap room’ voor ons had. Wij hadden een ander adresje in gedachten, maar besloten toch met haar mee te gaan. Voor acht gulden per nacht hadden we een knappe kamer. Tot haar grote vreugde boekten wij vanwege de markt meteen voor twee nachten.
’s Avonds heerlijk ‘fried rice with beef’ gegeten in een restaurant. Op het balkon troffen we twee Deense jongens die we eerder in de nachttrein naar Lao Cai ontmoet hadden. Op het balkon was het goed toeven en tot laat in de avond genoten we dan ook van het sublieme uitzicht. Het Chinese bier smaakte ook deze keer voortreffelijk, zodat we een gezellige avond hadden.
De volgende ochtend de plaatselijke markt bezocht. In Sapa komen in het weekeinde alle bergvolkeren tezamen om al hun snuisterijen en kledij aan de man of vrouw te brengen. Het was een kleurrijk schouwspel, maar de menigte was wel erg opdringerig. Ik was amper op straat of werd door tientallen Hmongs belaagd. Al die aandacht was wel aardig, maar toen ik in no time voor honderden dollars versierselen omgehangen kreeg vond ik het welletjes. Ik rukte mij letterlijk los en ontdeed mij van het overgrote deel van de mij met dwang aangeboden souvenirs. Wat kleine sieraden en een mooi vest permitteerde ik mij wel, zodat een klein deel van het bergvolk tevreden achter bleef.
Samen met Henk maakte ik later nog een extra rondje en ook hij maakte kennis met dit wel erg commerciële bergvolk.
Even na de middag kwam er een einde aan de markt en konden wij in alle rust lunchen. Het lunchen duurde redelijk lang want mijn bestelling was niet goed overgekomen. Hoewel ik meestal het eten bestelde werd Henk steevast als eerste bediende en moest ik maar afwachten of ik ook wat voorgeschoteld kreeg. De eigenaar verontschuldigde zich vele malen en uiteindelijk kon ik ook aan de Franse Frietjes. Na bijna twee weken rijst wilden we ditmaal wel eens wat anders.
Na Sapa op de fiets deden we deze dag Sapa te voet. Al na enkele honderden meters kwamen we er achter dat de route van vandaag nauwelijks te fietsen was geweest. Het bergpad was het eerste stuk niet geasfalteerd, maar zeker de moeite waard. Na een stevige wandeling (onderweg nog enkele fraaie foto’s gemaakt) keerden we weer terug in het dorp, waar we weer het balkonterras opzochten. We genoten van ons welverdiende pilsje en namen er een heerlijke loempia bij.
Tegen de avond terug naar het hotel waar we nog een enige uren in onze reisboeken bladeren. Rond half negen overpeinzen werd de hoogste tijd om de beslissen wat die avond verder gaan doen. Vroeg onder de wol, we lagen al bijna te pitten, of er toch nog op uit te gaan.
We besloten er toch nog op uit te gaan en zochten een gezellig restaurant op. Hier troffen we een stel Nederlanders die een fraaie Sapa-marktimitatie gaven. Een van de heren bonsde regelmatig op de deur en probeerde zijn handel zogenaamd aan ons te slijten. Onze landgenoot wist ook dat Hollanders “wel kijken maar niet kopen”, wij konden zijn act echter wel waarderen.
Maandagochtend na een stevig pannenkoekenontbijt terug naar Lao Cai. Ik vond het eigenlijk zonde om dezelfde weg terug te nemen, maar Henk wilde graag terug om nog een paar mooie plaatjes te schieten. We genoten van de fantastische afdaling en maakten vele toeristische stops. Henk kreeg nog een lekke band, zodat we niet echt snel in Lao Cai terug kwamen. Vlak voor Lao Cai bemerkte ik dat mijn achterdrager gebroken was. Het was echter een mooie breuk die we met plastic klemmen vlot hersteld hebben. De rest van de vakantie moest ik zo nu en dan mijn drager een ram naar links geven, maar ik heb hem pas in Nederland hoeven vervangen.
We arriveerden rond half drie in Lao Cai, een mooie tijd om te lunchen. Deze dag wilden we naar Bac Ha een kleine veertig kilometer verderop. Ik dacht dat we dat nog wel konden halen, zodat we rond half vier onze route vervolgden. Op de markt nog wat inkopen gedaan, daarna via een mooie rustige weg op naar het bergdorp Bac Ha. We rekenden we erop tegen vijven de afslag Bac Ha te bereiken, waarna het nog zeven kilometer was. De afslag vonden we inderdaad, maar ons einddoel bleek nog 27 kilometer te zijn en dat was even slikken.
Terug gaan had weinig zin, zodat we geen keus hadden. Het eerste stuk was nog redelijk te doen, maar met 20 kilometer voor de boeg werd het ineens stevig klimmen. Sommige stukken waren meer dan 10% steil en het kon wel eens een latertje worden. Met de snel invallende duisternis geen pretje. Het was al zes uur toen er nog 15 kilometer geklommen moest worden. In dit tempo zou ik tegen achten in Bac Ha kunnen zijn. Henk moest al stukken lopen zodat die waarschijnlijk pas tegen negenen zou aankomen. Ik was dan ook van plan samen met hem verder te gaan. Terwijl ik dit zo wachtende op Henk zat te overpeinzen zag ik twee felle lichten naderen.
Een grote vrachtauto was ook op weg naar boven. Ik dacht meteen als Henk een lift aangeboden krijgt, dan ga ik met hem mee. Ik zag vlot dat de vrachtauto stopte en fietste een stukje terug. Onze fietsen werden vlot ingeladen, en een uurtje later werden we in Bac Ha netjes afgezet. Ook de vrachtauto had de nodige moeite gehad om de zware berg te trotseren.
De afstand van vandaag was 110 kilometer, waarvan we 95 km fietsend afgelegd hebben.
We hadden onze fietsen amper uitgeladen of twee dames kwamen op ons af met de vraag of we een overnachtingadresje zochten. Na ons bevestigende antwoord gingen zij ons voor naar een gezellig familiehotel.
De kamerprijs was 12 dollar per nacht, maar het kostte Henk weinig moeite om twee nachten voor 20 dollar overeen te komen.
Na een enthousiaste ontvangst gingen we eten terug het dorp in, waar we de vrachtwagenchauffeur hoopten te treffen. We wilden hem een kleine fooi voor de lift geven. We vonden hem niet en schoven daarom maar 50,000 dong door een spleet in het portier.
’s Avonds bij de overburen, familie van de hoteleigenaresse, heerlijk gegeten.
Voor het slapen gaan wilde ik nog een lekkere douche nemen, maar het water was wel erg schaars. De volgende ochtend werd ik gewekt door stromend water, er was weer druk op de leiding.
Vandaag een rustdag in Bac Ha. ’s Ochtends fietsen gepoetst en een spaak vervangen. Na het noodzakelijke onderhoud een mooie wandeling door het dorp gemaakt. Bac Ha ligt minstens zo mooi gelegen als Sapa, maar het toerisme staat hier nog in de kinderschoenen. Verscheidene panden gezien die prima tot hotel omgebouwd kunnen worden.
Henk gebruikte de rest van de middag om bij te komen en ik hield mijn schriftelijke en telefonische contacten met Nederland op peil.
Het was erg warm, dus het weer nodigde wel uit tot niets doen. In Bac Ha in een restaurant waar we getuige een mooie ansichtkaart niet de eerste Friezen waren. ’s Avonds heerlijk op ons eigen balkon gezeten en de hotelfamilie van hun biervoorraad afgeholpen.
De terugreis naar Lao Cai viel ons met de warmte behoorlijk zwaar. Onderweg trokken we weer veel bekijks, de nieuwsgierige schooljeugd kwam bij elke onderbreking om ons een heen staan.
Vroeg op de middag kwamen we in Lao Cai aan. We waren van plan daar te overnachten en met de dagtrein terug naar Hanoi te gaan. Lao Cai kon ons niet echt bekoren, zodat we besloten toch maar de nachttrein terug te nemen. Het kopen van een treinkaartje lukte niet vlot, na een lange tijd wachtten werd doodleuk gemeld dat het loket niet open was. We besloten daarom maar de stad in te gaan. Het wegdek was hier abominabel en ik presteerde het dan ook om een dubbele lekke band te krijgen.
Weer aangekomen bij het spoor troffen we een Nederlands stel wat hier met de hun fietsvakantie wilde beginnen. Na hun nog enige tips gegeven te hebben, gingen wij naar het loket om kaartjes te bemachtigen. Op de heenreis hadden wij zitplaatsen, ditmaal kozen wij voor ligplaatsen. Qua comfort maakte het overigens weinig uit, ook ditmaal sliep ik slecht. We hadden weinig dong meer op zak, zodat we de avond sober moesten doorbrengen.
Na wederom een lange reis kwamen we ’s ochtends vroeg in Hanoi aan. Op dit vroege uur konden wij ons nog niet bij een hotel melden, daarom eerst maar richting Hoan-Kiem-meer gegaan. Bij het meer waren we getuige van een uurtje Vietnamese ochtendgymnastiek. Rond acht uur fietsten we richting Darling Hotel waar we onze laatste overnachting in Vietnam boekten. Snel onze kamer opgezocht en een lekkere warme douche genomen. Kleding gewassen en ik vond het na twee wegen de hoogste tijd om we weer eens te scheren. De wastafels en spiegels in Zuidoost-Azie kwamen mij ongeveer tot kruishoogte, zodat scheren niet een van mijn favoriete bezigheden was.
Eenmaal opgefrist nog een toeristisch rondje door de stad gemaakt. Eerst een wandeling langs het presidentieel paleis en het mausoleum van ‘Ome Ho’ gemaakt. Daarna heerlijk tot rust gekomen in het aangrenzende park. Dit park was een van de spaarzame stille plekjes van Hanoi. Wel een pleisterplaats voor verliefde stelletjes en zwervers.
Wij zagen wij meer vee dan mensen en dat gaf onze rondreis een speciaal tintje. Het toerisme staat in Vietnam nog in de kinderschoenen, maar in veel opzichten mag dat om ons wel zo blijven. Eenvoudige kamers, simpele sanitaire voorzieningen, maar elk onderkomen had zijn charme.

© Copyright tekst en illustraties Bauke Hoogland.
Alle rechten voorbehouden; overname niet toegestaan.

Terug naar het overzicht reisverhalen

Bovenkant pagina