Reisbureau Vietnam Journey
 Individuele Vietnamreizen
» Emerging Vietnam 7 dagen
» Vietnam Panorama 9 dagen
» Vietnam Heritage 11 dagen
» Vietnam Variety 13 dagen
» Vietnam Experience15 dagen
» Hotels
» Veelgestelde vragen
» Reacties van reizigers
» Offerte aanvragen

 Individuele Fietstochten
» Delta Discovery 3 dagen
» Delta Discovery 4 dagen
» Delta Discovery 6 dagen
» Delta Discovery 8 dagen
» Delta Discovery Eco 4 dagen
» Delta Discovery Eco 7 dagen
» Veelgestelde vragen
» Reacties van reizigers

 Groepsreis op maat
» Reacties van reizigers
» Offerte aanvragen

Reisinformatie Vietnam
» Sfeer proeven
» Reisinformatie
» Reisverhalen
» Reisboeken
» Reisvideo's
» Veelgestelde vragen
» Visum
» Ambassade
» Geld
» Duiken
» Links

Reisbestemmingen Vietnam
» Cultuur
» Natuur
» Steden
» Strand
» Bergvolken
» Meer bestemmingen
» Cambodja
» Laos

Gratis
» Gratis fietsroutes
» Gratis presentatie
» Gratis nieuwsbrief

Over Vietnam Journey
» Introductie
» De 10 voordelen
» Projecten met een goed doel
» Reactie
» Home


Vietnam Journey in de pers

Reisverhaal Vietnam

"Wij waeren ons niet met stockxkens behelpende maer met die vingers"

Over de eerste contacten tussen Hollanders en Vietnamezen, begin 17de eeuw.

Door Theo Rensman

Op 20 maart 2002 was het 400 jaar geleden dat de VOC, de Verenigde Oost-Indische Compagnie, werd opgericht. De officiële herdenking daarvan omvatte bijeenkomsten, tentoonstellingen en boekuitgaven. Daarbij kwam bijvoorbeeld voor het voetlicht de introductie van thee en diverse specerijen in de Hollandse samenleving. Lof was er voor de ondernemingszin en vasthoudendheid van onze voorouders, die op termijn geleid hebben tot de stichting van een groot koloniaal rijk. Wat dit laatste betreft waren er buiten het officiële circuit ook kritische geluiden over de herdenking te horen. En dat Indonesië geen enkele behoefte toonde om aan de feestviering deel te nemen spreekt natuurlijk voor zich.
In het Nationaal Jubileumboek 'De kleurrijke wereld van de VOC' wordt verteld over de handel en strijd van de VOC met wat nu Indonesië, Ceylon, Japan, China en India zijn. Minder bekend is dat onze Hollandse voorouders in de 17de eeuw ook getracht hebben handelscontacten op te bouwen met het toenmalige Vietnam. Dat draaide uit op een complete mislukking, door tegenslagen en tegenwerking van diverse kanten. Hier het verhaal van de eerste ontmoeting:

Koopman Jeronimus Wonderaer landt in Vietnam (1601)

In 1601 voeren twee Hollandse schepen langs de kust van Vietnam, de Haerlem en de Leiden. Ze waren eigenlijk op weg naar China, maar ondernamen onderweg een landingspoging in Vietnam. Het Vietnamese rijk was formeel één, maar viel in feite uiteen in een Noordelijk deel, Tonkin geheten, en een Zuidelijk deel, dat de naam Quinam droeg. De landing van de Hollanders, in Quinam liep uit op een slachtpartij. Drie en twintig leden van de bemanning werden door de kustbewoners vermoord, de admiraal van de twee schepen, Groensbergen, gekaapt en pas tegen de losprijs van twee kanonnen weer vrijgelaten.
Geschiedenis VietnamEnige tijd later ondernamen ze bij de meer Noordelijk gelegen plaats Tachem, het huidige Hoi-An, een nieuwe poging, die beter slaagde. Koopman Jeronimus Wonderaer meerde met de Haerlem in de haven af en vond onderdak in de woning van een Vietnamese collega-koopman. Vijf maanden lang trachtte hij op de lokale markt peper en zijde te kopen, met gering succes. Hij kwam ook in contact met de koning, die beloofde de agressie welke de Hollanders eerder overkomen was te zullen bestraffen. Ook zegde hij alle hulp toe bij de commerciële onderhandelingen.
Vanaf de wal informeerde Wonderaer admiraal Groensbergen, die nog buitengaats op de Leiden was, over de moeizame vorderingen die hij maakte. Zijn bewaard gebleven brieven geven interessante inkijkjes in deze eerste ontmoeting tussen twee culturen. Daarvan hier twee voorbeelden.

Een gastvrije ontvangst aan het Vietnamese hof

In de volgende passage brengt Wonderaer verslag uit aan Groensbergen van wat hem als deugdzaam Hollands koopman aan het hof was overkomen:
"Daarna werd fruit gebracht en arak, de beste die ik ooit geproefd heb, en hij zei dat hij blij was met onze komst en dat we moesten eten en drinken en vrolijk zijn. Daarvoor bedankte ik zijne majesteit hartelijk en zei dat wij de eer niet waardig waren die zijne majesteit ons bewees. Ik zei hem dat, wanneer het zijne majesteit zo geliefde, hij het mij ten goede moest houden dat wij met het eten anders omgingen dan hier gebruikelijk was: wij deden dat anders, we behielpen ons niet met stokjes maar met onze vingers. En verder merkte ik op dat bij het fruit vruchten waren die wij niet kenden.
Hij lachte en zei dat wij ons vrijelijk konden bedienen zoals we wilden, hetgeen we in gepaste mate deden. Daarna wilde hij dat wij zouden drinken, wat we eveneens deden. Omdat ik maar weinig dronk en lelijk begon te grijnzen van de sterkte van de arak, begon hij te lachen en zei dat ik vrijuit moest drinken, het zou me geen kwaad doen. Ik antwoordde dat de drank zo sterk was dat ik bang was er dronken van te worden. Ik zei dat ik van onze eigen wijn wist hoeveel ik op kon zonder dronken te worden, maar de wijn van zijne majesteit was mij onbekend. Waarop hij lachend zei dat hij mij, als ik dronken werd en in slaap viel, wel naar huis zou laten brengen. Ik moest er dan vervolgens niet van schrikken wanneer ik de volgende ochtend een mooie vrouw in mijn bed zou vinden, maar me dan gedragen als een man. Daarover moest ik op mijn beurt lachen en ik zei dat God nooit zou toestaan dat ik in aanwezigheid van zijne majesteit zoiets dwaas zou doen. Wat betreft die mooie vrouw, er was een tijd geweest, dat ik daarvoor niet bang zou zijn geweest. Maar aangezien ik nu oud was en een vrouw met vele kinderen in Holland had stond me iets dergelijks niet vrij, omdat de wetten van God en onze koning dit verboden. Wij namen nog een slokje en na een dankwoord en enig eerbetoon gingen we weer naar huis".

In de slag tegen de concurrent

Bij een latere ontmoeting met de koning zette de protestant Wonderaer zich af tegen de katholieke Portugezen, die al geruime tijd in Quinam gestationeerd waren:
"Toen we met hem spraken over hun (= Portugese) afgodendienst en hun aanbidding van beelden en kruisen, vroeg hij ons of we het kruis op de kade gezien hadden. Dat hadden we inderdaad. Hij vertelde ons dat een van zijn dienaren met een buks geschoten had op een vogel, die op dat kruis zat. De man had echter de vogel gemist en in plaats daarvan een stuk van het kruis afgeschoten. Direct kwamen de priesters hun beklag doen, ze zeiden dat de schutter verdoemd was en een kwade dood zou sterven. Hij (= de koning) diende de schuldige te straffen omdat deze op het Heilige Kruis geschoten had.
Hij vroeg ons wat voor iets dat crucifix was waarvan de Portugezen zeiden dat het zoveel macht bezat, en waar het vandaan kwam. Of het uit de hemel kwam en of wij er even bang voor waren en er ook evenveel van hielden. Daarop vertelde ik hem dat wij geen afgodendienaars of beeldenaanbidders waren, maar wél geloofden in de ene ware God die hemel en aarde en de zee met alles wat er in is uit het Niets geschapen heeft. Hem alleen aanbaden en vereerden wij, evenals Degene die ter wille van onze verlossing aan het kruis gestorven is. Maar kruisen zelf hadden geen macht en wij hielden er ook niet van, zei ik."
Waarna Wonderaer zijn militante stellingname afsloot met een professioneel grapje: "Toch waren er kruisen waar we wél gek op waren en die we uit alle macht probeerden te verzamelen - maar dat waren de kruisen die op munten staan……Wat betreft houten of stenen kruisen, dat was een vorm van afgoderij en ons volk gooide die precies zo omver als zij deden!"

De afloop van het verhaal

Door diverse oorzaken kwam er van de handel uiteindelijk vrijwel niets terecht. Chinese handelaren ter plekke werkten tegen, tolken waren onbetrouwbaar en de hulp van de koning bleek weinig waard te zijn. Toen admiraal Groensbergen er bovendien achter kwam dat een aanslag op beide Hollandse schepen beraamd werd gaf hij onmiddellijk het sein voor vertrek. Als wraak liet hij eerst nog een dorp plunderen en in brand steken. Het duurde dertig jaar voordat de Hollanders een nieuwe poging ondernamen om handelsbetrekkingen aan te gaan.

Lit.
Leo Akveld en Els M. Jacobs (red.) De kleurrijke wereld van de VOC. Bussum 2002
Jhr. H.A. van Foreest en A.de Booy, De vierde Schipvaart der Nederlanders naar Oost-Indië onder Jacob Wilkens en Jacob van Neck (1599-1604). 's-Gravenhage 1981

Dit verhaal werd eerder gepubliceerd in het donateursblad van het Medisch Comité Nederland-Vietnam.

© Copyright Theo Rensman.
Alle rechten voorbehouden. Overname niet toegestaan.

Terug naar het overzicht reisverhalen

Bovenkant pagina