Reisbureau Vietnam Journey
 Individuele Vietnamreizen
» Emerging Vietnam 7 dagen
» Vietnam Panorama 9 dagen
» Vietnam Heritage 11 dagen
» Vietnam Variety 13 dagen
» Vietnam Experience15 dagen
» Hotels
» Veelgestelde vragen
» Reacties van reizigers
» Offerte aanvragen

 Individuele Fietstochten
» Delta Discovery 3 dagen
» Delta Discovery 4 dagen
» Delta Discovery 6 dagen
» Delta Discovery 8 dagen
» Delta Discovery Eco 4 dagen
» Delta Discovery Eco 7 dagen
» Veelgestelde vragen
» Reacties van reizigers

 Groepsreis op maat
» Reacties van reizigers
» Offerte aanvragen

Reisinformatie Vietnam
» Sfeer proeven
» Reisinformatie
» Reisverhalen
» Reisboeken
» Reisvideo's
» Veelgestelde vragen
» Visum
» Ambassade
» Geld
» Duiken
» Links

Reisbestemmingen Vietnam
» Cultuur
» Natuur
» Steden
» Strand
» Bergvolken
» Meer bestemmingen
» Cambodja
» Laos

Gratis
» Gratis fietsroutes
» Gratis presentatie
» Gratis nieuwsbrief

Over Vietnam Journey
» Introductie
» De 10 voordelen
» Projecten met een goed doel
» Reactie
» Home


Vietnam Journey in de pers

Reisverhaal Vietnam

Motorisch gestoord - 'Easy riding' door Centraal- en Zuid Vietnam

Door Ineke Lagerweij

Ik begin in Hanoi aan een trip van een kleine zes weken door Vietnam. De eerste twee weken zijn overweldigend, maar vooral in het begin wel erg toeristisch. Rond 10 december ben ik gelukkig al in de periferie van de toeristenindustrie terecht gekomen. Ik zit dan in Nha Trang en besluit om de volgende dag naar Dalat te gaan dat een prima uitvalsbasis schijnt te zijn voor interessante trips en veel individuele mogelijkheden.
Dalat. Een provinciestad, met een klimaat van Hollandse zomers. Heel prettig. Hotelkamer met zicht op de bergen. Volgens 'Lonely Planet' opereren hier 'Easy riders', motorrijders die je het 'real Vietnam' tonen, weg van de toeristenindustrie. Precies wat ik zoek! Ook een eco-triporganisatie scoort hoog. Ik besluit gelijk maar eens daar heen op weg te gaan, want wil de bushbush in. Na een paar meter word ik aangesproken door een motormuis en al snel blijkt het om een 'Easy rider' te gaan. De man is niet opdringerig, vertelt wat hij te bieden heeft, toont fotoboekjes met aanbevelingen en ik besluit om in elk geval de volgende dag van zijn diensten gebruik te maken: een dag toeren in de omgeving. Ik vraag hem gelijk of hij ook aan meerdaagse trips doet, wat hij bevestigend beantwoordt.
Mr. Thâu staat er om 8 uur en we vertrekken gelijk. Eerst Crazy House, een creatie van de architect Hang Nga, omringd door een prachtige tuin. Het is voor mij een combinatie van Gaudi en Dali, ronde vormen afgewisseld met vreemde uitstulpingen. Je kunt er de nacht doorbrengen in een van de bizarre kamers, voor een exorbitante prijs.
Buiten de stad de vruchtbare akkers, waar een grote variatie aan groenten te vinden is en ook: aardbeien, onze zomerkoninkjes. Ze zijn groot en bijzonder smakelijk, zelfs de nog onrijpe.
We rijden via zandweggetjes door naar Paradise Lake, paradijselijk inderdaad! Daar stap ik af en loop dan een stuk tot aan een trap die naar boven naar een Boeddhistisch tempelcomplex leidt.
Het is prachtig, de monniken die er wonen tuinieren intensief naast hun religieuze bezigheden. Van Paradise Lake gaan we op weg naar 'Chickenvillage', zo genoemd naar de enorme sculptuur van een kip die de nederzetting siert. Op onze route ligt een kleine Boeddhistische tempel, waar wierookstokjes op de treden te drogen liggen. Er omheen liggen koffiebonen. Vietnam non meisjeAls ik om de hoek van het gebouw loop waar Thâu verdwenen is, zie ik een groot huis dat bewoond wordt door een aantal vrouwen. Eén vrouw zit wierookstokjes te maken; een jong meisje in het geel gekleed en met half afgeknipte haren komt mee kijken. Zij wordt non, vertelt Thâu en is door de vrouwen opgevoed nadat haar moeder haar als baby had achtergelaten.
Naast het huis zit een non de was te doen, ze lacht als ik er een foto van maak. Voort gaan we dan weer op de motor. Tussendoor stap ik even af om een stek met poppen van zijderupsen van dichtbij te bekijken; ik krijg een pop mee, die over een paar dagen uit zou moeten komen. Even verder tref ik rieten schuren aan waarin zwarte japanse paddestoelen worden gekweekt. Na oogsten worden ze gedroogd op roosters in de zon en op markten verkocht
We komen aan in Chickenvillage, een minderhedennederzetting van de Koho-stam. De grond is onvruchtbaar, de mensen dus arm. Ze mogen alleen met een partner van de eigen stam trouwen, wat de gezondheid niet ten goede komt (inteelt). Thâu kent een jong gezin waar we op bezoek gaan; het vierde kind is nog piep. De woning bestaat uit een rokerige ruimte met een gat in het dak boven de stookplaats op de grond en het enige meubilair is een tweepersoonsbed waar op ik heel vriendelijk uitgenodigd word plaats te nemen. Ze slapen met z'n zessen in dat bed… Benul hoe ze aan geboortenbeperking moeten doen, hebben ze niet, aldus Thâu. De kinderen vermaken zich met wat wij afvalmaterialen noemen en zijn naar blijkt reuze inventief. Aan het begin van het pad staan kramen waar een aantal vrouwen aan het weven zijn en de eindproducten te koop worden geboden. Prachtig spul, ik koop m'n derde sjaal. De trip is dan ten einde en we keren terug naar Dalat. Daar praat ik met Thâu over verder plannen. Hij heeft nagedacht over mijn wensen. Mij is deze dag ieder geval erg goed bevallen, dus: ik besluit tot een meerdaagse motortrektocht. We gaan morgenvroeg al.
Er zit nu een bagagerek op de motor én er zijn helmen. Mijn grote rugzak gaat dwars achterop, in een plastic zak tegen het vuil onderweg. Als alles is vastgesjord kijkt de gids bedenkelijk: mijn bagage beweegt! Vietnam zijdefabriekHet zou zoiets als een scheerapparaat kunnen zijn, oppert Thâu en ja hoor, ergens in mijn toilettas is mijn ladyshave aan haar eigen trekking begonnen. Snel opgelost, waarna we wegrijden en na een waterval onderweg een bezoek brengen aan een zijdefabriekje. Een stuk of 12 meisjes ontdoen daar zijderupspoppen in heet water van hun zijdedraden en staan daartoe de hele dag met de handen in de nattigheid. Heel behendig trekken ze de draden over spoelen, die de draden in elkaar draaien. Dit wordt meerdere keren herhaald tot de draad sterk genoeg is om geweven te worden.
De meisjes zijn vrolijk, ondanks de voortdurende herrie en de vochtige warmte. Bij het weggaan wordt over en weer gezwaaid.
Het gebied waar we dan doortrekken wordt grotendeels in beslag genomen door koffie- en theeplantages. Met name de koffie ( soorten: robusta, mokka en arabica) is van zeer goede kwaliteit en is een belangrijk exportproduct. Het is tegen vieren als we aankomen in Lak Lake bij een nederzetting van de M^nong. Lange bamboehuizen op palen, waar het kleinvee 's nachts onder gehuisvest is.
De lengte van het huis hangt nauw samen met de familiegrootte en kan gemakkelijk worden aangepast. De erven wemelen van de eenden, ganzen, zwarte varkentjes met kroost, honden, kippenfamilies. De ligging is prachtig: aan een meer. Daar geniet ik van de zonsondergang vanaf het gastenhuis, waar we overnachten. Overweldigend!
Vandaag staat het Yok Don National Park op het programma. In de uren er naar toe passeren we een steenfabriekje, waar we een kijkje nemen. De mensen werken daar zeven dagen per week aan het (grotendeels handmatig) produceren van bakstenen. Onze weg gaat vervolgens door een steengroeve. Hier zijn een paar mannen aan het werk, waaronder een vader met twee zoons. De jongens zijn naar schatting 12 en 14 jaar oud en zijn bezig enorme steenblokken te splijten. Wat wordt er hard gewerkt in dit land!
Bij het verder trekken passeren we de Serepok-rivier, de enige rivier in Vietnam die niet in de Chinese zee uitmondt, maar via het lager gelegen Cambodja het land verlaat. Stroomopwaarts begint het Yok Don Parc; er zijn watervallen, waaronder de Dray Sap Falls, de een wild en met een groot verval in bosgebied, de ander uitwaaierend in stroomversnellingen in een weidse bloemrijke omgeving. Onderweg komen we net als voorgaande dagen weer dezelfde motorkoppels tegen: de Australiër, de Oostenrijker, het engelse koppel. We zien elkaar (via Bûon Ma Thuot) in Dak Mill, het eindpunt van die dag, waar iedereen de avondmaaltijd gebruikt en overnacht. Ik heb een fantastische kamer op de berghelling met uitzicht op de snel stromende rivier beneden. Een paradijs wederom! Ik was mijn smerige kleren, wat iedereen blijkt te doen. Er is waslijn genoeg gelukkig en er staat een warme wind zodat de volgende ochtend alles droog is en weer aan kan.
Vietnam mand vlechtenWe komen dan langs rubberplantages, waar op dat moment net de 'melkwagen' langs komt. Met man(vrouw)en macht wordt gewerkt om de opbrengst in de wagen en naar de fabriek te krijgen. Verderop zit een vrouw met haar twee kinderen heel behendig manden van allerlei formaat te vlechten. De kinderen gaan niet naar school, geen geld, en zijn daarbij thuis hard nodig om bij te dragen aan het gezinsinkomen . Ze zijn vrolijk en in no time groeit het bamboe in hun handen uit tot perfecte manden.
We eindigen die dag in Dong Phu, een plaatsje vlak bij de Cambodjaanse grens. Tot voor kort straatarm, maar nu met een goede weg en mooie huizen, dankzij het toerisme.
Voor vertrek de volgende ochtend naar Saigon neemt Thâu me in alle vroegte mee over de markt. Dit heb ik nog nooit gezien, hele varkenskoppen en andere 'ongewone' onderdelen. Een vrouw scheert met een mes de haren van een kop, waarbij het lijkt of ie knipoogt. Jammer, geen fototoestel bij me! We vertrekken naar Buon Ma Thuot, waar ik voldoende dollars haal om Thâu te betalen.
We komen zomaar een peperplantage binnenvallen, wat erg wordt gewaardeerd door de twee bewoonsters. Ze zitten aan me, vinden mijn enkele oorbel wel raar en lachen zich krom om mijn lengte. Een van de vrouwen slaat een papaya uit de boom en even later zitten we gezellig met z'n allen te smikkelen. Een paar buurjongetjes zijn er inmiddels ook bijgekomen en ik kan ze gelukkig nog wat maissnoepjes geven. Foto's schieten natuurlijk. Vietnam voetenkleiMr. Thâu noteert hun adres en ik beloof ze snel op te sturen. Ons volgende doel is een pottenbakkersfabriek. Witte aarde wordt op simpele wijze door wassen van zand ontdaan, klei blijft uiteindelijk over wat met de voeten wordt gekneed alvorens verder te bewerken.
Vlakbij mij staan twee jongens in een kuil en graven daar met blote handen zware okergele klei uit. De grondstoffen worden in mallen gedrukt en zo gebakken. De braampjes worden door een groep vrouwen met een schuursponsje weggestreken.
Na een overnachting in Saigon maken we een dagtrip naar de Cu Chi tunnels. Ongelooflijk. Ik moet me beheersen om niet in paniek te raken nadat ik me in een kleine opening in de grond heb laten zakken. We gaan steeds dieper, moeten op de billen schuiven soms, aardedonker en een heel hoge luchtvochtigheid, ik kan mijn voorganger alleen maar voelen. Ondergronds komen we in een ruime kamer, waar een VietCong-lunch voor ons klaar staat: plakken rijst, tapioca en thee. Op een ander punt een operatiekamer en een stafkamer. Die lui moeten wel gemotiveerd zijn geweest, lijkt me, om je zo te bewegen. Er worden ons nog gruwelijke valkuilen getoond; arme kerel die daar in terecht komt en door allerlei spiesen doorboord wordt. De gids legt uit waardoor de VietCong de bewegingen van de Amerikanen in het veld goed konden volgen: er staan daar bepaalde plantjes, die bij aanraking de blaadjes gedurende ongeveer een half uur sluiten, een duidelijke aanwijzing dus.
Naar Ho Coc, een strandresort van de overheid, waar gegoede Saigonezen graag een weekeind of vakantie doorbrengen. Het is er prachtig, leuke bamboehutten op palen en met rieten daken en rustig. Een mooi strand met flinke rotsblokken. We ontmoeten er Suzy en Helen, twee 'blanke' vrouwen. Suzy is samen met haar man een aantal jaren geleden een onderneming in meubelen begonnen en hebben zich in Vietnam gevestigd. Helen is fotograaf, woont sinds tien jaar in Vietnam en trekt met kind en motor door het land voor mooie plaatjes. Ze verkoopt ze aan bladen en kranten en is een bekendheid in bepaalde kringen. Helen is op zoek naar nieuwe spots en haar is aanbevolen contact te zoeken met Easy-rider mr. Thâu in Dalat. Nou, die zit nu naast haar, frappant! Helen heeft informatie dat het fenomeen 'Easy-riders' van Dalat een dermate succesformule is, dat bepaalde organisaties met de naam aan de haal dreigen te gaan en ook dat er zich lieden als Easy-rider aanbieden die geen ervaring noch contacten hebben. Ik heb dus geluk gehad dat Thâu mij destijds aan sprak; hij en enkele vrienden van hem hebben de free-lance 'club' in 1995 opgezet. We hebben een erg gezellige avond en eten gezamenlijk.
Bij het wegrijden de volgende dag uit het resort komt de bewakingshond ons woedend achterop en bijt flink in mijn kuit. Daar moet iets aan gedaan worden! De jongen van de receptie springt op zijn scooter, wij er achteraan, op naar de buurtziekenboeg. Daar speelt de radio en branden lichten, maar de deur is gesloten en geen mens te zien. De jongen weet waar de zuster zich ophoudt en komt snel terug met haar op de duozit, een kom koffie in de hand. De zuster spoelt vakkundig de beet, desinfecteert het geheel en pakt het mooi in. Inmiddels heb ik mijn vaccinatieboekje bestudeerd: ja, ik heb ook een anti-tetanus gehad, dus niks aan de hand. Die hond was wild, maar niet dol. Ik weiger verdere behandeling, niet nodig, en al snel gaan we weer op pad.
Na een paar uur bereiken we Mui Ne. Ik heb een geweldige kamer aan het strand van een prettig resort met vriendelijke mensen. Vanwege de kuit ga ik vandaag niet zwemmen, alleen kijken.
Al die vissers die met hun nering doende zijn, van klein tot groot, van vroeg tot laat. Vee dat tegen schemering langs de vloedlijn huiswaarts gaat. Rijen palmbomen die het strand afbakenen. Paradijs alweer!
Ik denk voor het slapen gaan ineens aan de vlinderpop die nog in mijn tas moet zitten en leg die op mijn nachtkastje. Bij het wakker worden zit er een kersverse vlinder naast mijn bed, ̣p de kaart van Vietnam! Slim beest. Ik zet hem buiten op een groen blaadje, wat hem weinig lijkt te doen.
Vietnam Fairy SpringsMr. Thâu gidst me na het ontbijt naar de stuifduinen. Overweldigend! Die kleuren, die ruimte. Dan naar de Fairy Spring, waar je kan komen door een naast de weg gelegen beek stroomopwaarts te doorwaden. Het gesteente om ons heen is kleurrijk en grillig, prachtig!.
Bovenlangs gaan we terug en ik maak kennis met de specialiteit van de streek, vissaus! Een erg penetrante geur, maar heerlijk weet ik uit ervaring. Ontelbare potten staan her en der te broeien
Ik onderbreek de motortrekking voor een vijf-daagse fietstrekking in mijn uppie door de Mekongdelta en ervaar ook daarbij ruimte, vrijheid en de vriendelijkheid van de bevolking. Een geweldige tour! Ik besluit tijdens die fietstocht al om per motorbike de dagen die mij nog resten vóór vertrek terug naar Nederland, overige onbekende streken te verkennen en bel er Thâu over op.
En daar zit ik nu dus weer op de motor, ben er verslingerd aan. Net zo vrij als op de fiets, met als voordeel dat ik nu niet verdwaal, want de gids is er bij. Het kost wel een paar centen ja, Thâu heeft weer keurig een contractje gemaakt en we moeten dus eerst even langs de bank in Phan Tiet voordat we in de bergen belanden. Jungle waar je maar kijkt, ondoordringbaar, geen pad te zien. We passeren minderhedendorpjes, waar kinderen notabene niet eens je toe durven te komen om een snoepje aan te pakken. Verder rijdend komen we bij Dami Lake, een stuwmeer dat nog maar een paar jaar oud is en nog op geen kaart voor komt. Het is er werkelijk schitterend en ik spreek de hoop uit dat dit gebied niet ontdekt zal worden door zo veel toeristen, dat het er een kermis wordt. In de namiddag arriveren we buiten het dorp Bao Loc bij de Dambri falls, waar ook de overnachting is, weer een overheidsresort. Niet een echt gezellig gebouw, maar geen keus, er is niks anders. Het park is mooi, maar de dierentuin vind ik niks, en ik popel om een paadje op te gaan wat naar weet ik wat lijdt, maar het is daar voor dan al te donker. Ik ga tijdens de maaltijd die avond mijn keel voelen, klap gehad van de airco, beetje rillerig. Ik vraag of er rijstwijn is, sterk spul. Dat is er niet, maar ze mengen wat slangenwijn met nog iets medicinaals waar hele buffelhorens in zitten en het is net Berenburg. Ik knap er snel van op!
Raar, oudejaarsdag, het voelt helemaal niet zo. Ik ben vroeg wakker en zie dat de zon al op komt; hou het niet meer en móet dat paadje van gisteren op. Geweldig. Het voert langs hele kleine boerenbedoeninkjes omhoog naar een plateau waar ik uitzicht heb over de omringende plantages aan de ene kant en de bossen aan de andere kant. Geen ruis, geen mens te zien, alleen ik, in de opkomende zon.
Na een uur ben ik weer beneden, waarna we al snel weg rijden. Eindbestemming voor vandaag: Cat Tien, de real jungle. In Cat Tien blijken we alleen te kunnen komen met een bootje en na een uitvoerige screening door een beambte. De motor mag niet mee, dus gaan we lopend naar waar het bootje ligt en worden overgevaren. Aan de overkant is een dorpje gebouwd speciaal voor bezoekers, met wat huisjes, een bar, een restaurant, en nog wat gebouwtjes. Alles in Franse stijl en in geel uitgevoerd, wat een leuk aanzien geeft.
Je kunt de jungle in te voet, per mountainbike of per jeep. Ik besluit een jeep te huren voor twee uur; helaas blijkt die niet beschikbaar, zodat ik tot 'te voet' besluit. Vietnam Cat TienThâu gaat mee, wil zich niet laten kennen (?), had duidelijk op de jeep gemikt. Of plichtsgevoel, z'n werktijd zat er nog niet op…( "oké, you're the boss till five", zoals ik meerdere keren op een voorstel van hem reageerde). De luchtvochtigheid in de jungle is hoog en brengt al gauw een klamheid te weeg die me noopt mijn tempo wat te verlagen. Grillige lianen komen we tegen, en bomen met enorme wortels, meer tenen eigenlijk.
Als we naar een plek in de rivier lopen waar stroomversnellingen zijn hoor ik allerlei vogels, maar zie er geen een. Ook chicades beginnen zich te roeren wat een teken is van het invallende duister. We vangen de terugweg aan en gaandeweg wordt het geluid van die beestjes orkeststerkte. Een slang kruist ons pad. Nog voor het helemaal donker is zijn we terug, na 2 1/2 uur, en kunnen aan een warme maaltijd gaan denken. Die is matig, er is weinig keus en het personeel niet erg toeschietelijk. We blijven toch rondhangen en spelen urenlang een nieuw kaartspel dat ik de vorige avond geleerd heb.
Vóór zes uur de volgende ochtend ben ik klaar wakker. Ik was al met het idee gaan slapen dat het dan, zes uur, in Nederland klokslag 12 is en het nieuwe jaar begint. Ik sta op en de eerste de beste die ik tegen kom wens ik een 'happy newyear' en voel me lekker als daarna een aantal mensen míj hetzelfde wensen. Hier, in Vietnam, is het nieuwjaar (TET) eind januari/begin februari, afhankelijk van de maanstand en een heel groot (uitgesproken familie-) feest.
Het is vandaag de laatste motordag. Vannacht vlieg ik terug vanuit Saigon, waar we nu naar op weg gaan. We besluiten om in het dorp Cat Tien een ontbijtgelegenheid te zoeken en daar komen we een boeddhistische begrafenisstoet tegen; volgens Thâu kan ik rustig foto's maken. Als ik even later het door hem uitgekozen tentje binnenloop voor het ontbijt is er al snel contact met locals. Via Thâu kom ik te weten, dat het vrouwtje waar ik net loten van gekocht heb nog nooit buiten de streek is geweest; ze wil van alles van me weten.
Via een mooie route rijden we dan naar Saigon, doen onderweg een werkplaats aan waar vrouwen diverse bamboe gebruiksartikelen maken en een markt waar zowaar ook varkenskoppen worden verhandeld. En nu heb ik mijn fototoestel wel bij me en schiet diverse plaatjes.
Dan zijn we in Saigon, het definitieve eind van de rit. Een beetje weemoedig neem ik hartelijk afscheid van de sympathieke Thâu, die mij zoveel van Vietnam door zijn ogen heeft laten zien, mij in contact heeft gebracht met de bevolking en mij zoveel heeft verteld over Vietnam en haar cultuur, religies, politiek, gewoonten e.d. Ik heb het gevoel ondergedompeld te zijn geweest en moet weer wennen aan de grote stad. Ik laat mijn laatste fotorolletjes ontwikkelen en ga dan per taxi naar het vliegveld.
Daar moeten bij de controle de schoenen uit en op blote voeten ga ik het controlepoortje door waarop een alarm af gaat. Ik word dan gefouilleerd waarbij niets gevonden wordt en moet opnieuw het poortje door, en opnieuw alarm. Ook mijn jasje moet nu uit; spannend, hoe ver gaat dit… Maar nee, als ik dan weer het poortje passeer blijft het stil en mag ik door.
Rond enen in de prille ochtend in het vliegtuig; direct na een warme maaltijd (!) gaan de lichten uit en is het verplicht slapen. Blij als ik in Parijs ben na een ellenlange nacht. Nog blijer als ik Amsterdam nader en vanuit de airbus zie dat er sneeuw ligt en het mooi weer is. Prettig om zo thuis te komen! Het is dan 3 januari.

© Copyright tekst en illustraties Ineke Lagerweij.
Alle rechten voorbehouden. Overname niet toegestaan.

Terug naar het overzicht reisverhalen

Bovenkant pagina