
|
|
Met de boot de grens over
Door Laurens van Kol
Een bijzonder onderdeel van een reis door Vietnam is de grensoverschrijdende boottocht van Chau Doc naar Cambodja en verder door naar de hoofdstad Phnom Penh. Zo blijven je de lange terugreis naar Ho Chi Minh-stad en de aansluitende vlucht naar Cambodja bespaard.
Op het moment dat ik het balkon van het statige Victoria Hotel in Chau Doc op stap, weet ik even niet welke kant ik op moet kijken. Voor me uit, maar ook links en rechts varen bootjes af en aan. Sterker nog, het krioelt er van.
Het uitzicht over de onderarm van de machtige Mekong - die hier een T-kruising vormt met een kanaal naar de bovenarm - is ronduit verbluffend. De bebouwing op de wal en op het water gaan haast ongemerkt in elkaar over, want ondernemende Vietnamezen bouwen hele huizen boven hun drijvende viskwekerijen. Veerboten zetten voortdurend mensen over van de ene naar de andere oever. Kleinere bootjes en ontelbare sampans manoeuvreren behendig om deze logge schepen heen. De kleuren, het getuf van de motoren, de scheepstoeters - mijn zintuigen krijgen er geen genoeg van.
Pas als de duisternis is ingevallen, verruil ik mijn openluchttheater van Chau Doc voor het sfeervolle restaurant op de begane grond. En hoe dierbaar de Vietnamese keuken mij ook is, op deze plaats zijn de kunsten van een Franse chefkok een genot. Een krachtige Chardonnay draagt er toe bij dat de bootjes zelfs in mijn dromen voorbij blijven varen.
De volgende ochtend zit ik op het water. Als om zeven uur de trossen worden losgegooid heb ik een mooi plaatsje bij het bootraampje gevonden. In het begin schiet ik een paar foto's van de zwaaiende mensen aan de kant, maar spoedig vaart de boot daar veel te snel voor. Geen punt, kijken is ook leuk. Na een uurtje legt de boot aan bij de Vietnamese controlepost waar we naar een wachtlokaal worden gedirigeerd; meer dan een tafel met een dak erboven is het niet. Opeens moet alle bagage uit de boot om te worden gecontroleerd. Dat gebeurt bijna nooit, legt de meereizende gids uit. Ik verwacht dat de koffers en tassen geopend zullen worden, maar de douaniers blijken in deze uithoek van het land, omringd door houten hutjes met golfplaten daken, over een splinternieuwe scanner te beschikken en die willen ze gebruiken ook.
Pakweg een kilometer verderop bevindt zich de Cambodjaanse controlepost, waar tegen een vergoeding een visum in mijn paspoort wordt gezet. Het gaat er gemoedelijk aan toe: voor de acht passagiers die de boot vandaag brengt, is precies een half uur nodig. Niemand lijkt zich bezig te houden met de vraag hoe het moet als zich hier op een dag meerdere boten met passagiers tegelijk melden.
In Cambodja is de Mekong veel breder dan in Vietnam en de schipper besluit in het midden te gaan varen zodat ik noch van de linker- en noch van de rechteroever veel zie. Medepassagiers beginnen te knikkebollen totdat tegen het middaguur het Koninklijk Paleis van Phnom Penh opdoemt. In scherp contrast met de bedrijvigheid van Chau Doc heerst aan de hoofdstedelijke kade een serene rust. Een handjevol handelaren op roeibootjes, een groepje spelende kinderen en de buitenlandse reizigers die uit de boot stappen, zijn de enigen die de hitte trotseren.
Praktische informatie
Chau Doc ligt aan de Mekong, dichtbij de grens met Cambodja. Dagelijks varen en boten van en naar Phnom Penh. De prijzen van tickets variëren van 15 tot 30 US dollars per persoon. Tickets dienen vooraf gekocht te worden.
© 2004 Copyright tekst en illustraties Laurens van Kol.
Alle rechten voorbehouden. Overname niet toegestaan.
Dit reisverhaal werd eerder gepubliceerd in het AZIË Magazine (nummer 102 oktober/december 2004). |
Terug naar het overzicht reisverhalen

|